Komm mit, komm mit!!
Ik kijk opzij om te zien wie daar roept. Naast me staat een oudere man in trainingspak, grijze baard, wel sportief en misschien verschillen we niet eens zo veel van leeftijd. Als ik tachtig ben zal ik hem waarschijnlijk nog steeds als oudere man bestempelen. In een paar seconden tijd schiet er van alles door m’n hoofd. Wat wil die man, is er iets ergs gebeurd, waarom moet ik mee? Ik rust gewoon even uit, omdat ik buiten adem ben. Mijn conditie was vorig jaar een stuk beter.
‘Ik ken dat’, zegt hij, natuurlijk in het Duits. We zijn immers in Duitsland en wel op het bospad langs de prachtige Schlachtensee. Hier jogde ik precies vijf jaar geleden ook, omdat mijn eerste kamer in Berlijn een paar honderd meter van dit meer verwijderd lag. Later ben ik stadinwaarts getrokken, omdat Zehlendorf niet het culturele en bruisende Berlijn weerspiegelde wat ik voor ogen had. Op een zonnige zaterdag als deze rij ik ’s ochtends vroeg graag met de auto vanuit Kreuzberg naar de Schlachtensee om een rondje te joggen.
‘Het is gemakkelijker als je met meer mensen loopt’, zegt de man. We lopen in een rustig tempo verder en ik denk ‘dit ik heb nog nooit meegemaakt’.
‘Handig, zo’n takeldienst’, zeg ik.
‘Alleen is het veel moeilijker. Ik ken het. Ik heb een tijd niet meer gelopen en als je dan begint wil je vaak meer dan je kan.’
Kan de man mijn gedachten lezen? Ik heb ook al langere tijd niet meer gejogd en ben vorige week begonnen, ook op zaterdagochtend, ook langs de Schlachtensee. Net als toen stond ik ook vanochtend rond kwart over zeven al in een mega grote Edeka-supermarkt hier in de buurt om boodschappen te doen. Ik ken de zaak van vroeger. Heerlijk rustig op je gemak de ingrediënten voor een lekkere maaltijd inslaan, in alle rust een flesje wijn uitzoeken en dan na een rondje joggen door de natuur weer fit naar huis.
‘Ik had het aan mijn knie. Daardoor moest ik het een tijdje rustig aan doen, maar het gaat veel beter. Ik moet het in de gaten houden. M’n knieschijf.’
Er schieten een paar honderd vragen door mijn hoofd die ik de man zou kunnen stellen, want ik weet helemaal niets over hem. Ja, dat hij het aan zijn knie heeft en dat het iemand is die joggers op sleeptouw neemt als hij ziet dat ze buiten adem zijn. Ondanks deze zonnige ochtend doemt er een beeld op van de Elfstedentocht. De laatste kilometers op het ijs, ik zit er helemaal doorheen en dat komt er iemand langs die spontaan besluit een handje te helpen, een steuntje in de rug te geven.
‘Als je zo praat, dan loop je vanzelf. Die ervaring heb ik opgedaan. In je eentje lopen is veel zwaarder. Ik loop wel eens met vrienden en dan praten we over van alles en nog wat. Voor je het weet heb je een ronde gelopen en het leukste is, je bent dan nog niet eens moe.’
Ik denk hierover na, want ik wil juist bewust alleen lopen, de confrontatie met mezelf aangaan. Die babbelende joggers vind ik maar lapzwansen die niet op eigen kracht kunnen lopen. Ik zeg niets, want ik voel dat ik nu veel gemakkelijker loop dan voorheen in mijn eentje.
‘Dagelijks een rondje?’, vraag ik om het gesprek gaande te houden en de keuze van een aanspreekvorm te ontwijken.
‘Nee, één keer in de week of twee weken.’
‘Ah, ik ook. Elke week. In woon weliswaar in Kreuzberg, maar ik ken de omgeving hier nog.’
Heb ik teveel gezegd? Hoeveel informatie geef je over jezelf prijs in het gezelschap van iemand die je niet kent, maar die je enkel op sleeptouw neemt?’
‘Deze ondergrond, de natuur, het uitzicht, het is de moeite waard hier naartoe te gaan. De natuur speelt ook een belangrijke rol.’
‘Ik loop hier liever dan op Tempelhofer Feld’, zeg ik.
‘Na, klar.’
Het is weer even stil.
‘Ik neem je mee tot Fischerhütte, dan moet ik verder naar Krumme Lanke, daar kom ik vandaan.’
Ik ken het restaurant Fischerhütte als geen ander. Vanaf daar jog ik langs de andere kant van de Schlachtensee weer terug, een soort keerpunt.
‘Hartelijk dank voor de lift’, roep ik. ‘Ik ga hier naar links.’
‘Iets langzamer, je loopt weer iets te snel.’
Heel even denk ik, man-man-man, dat maak ik zelf wel uit, maar hij heeft gelijk. Ik loop alweer als een bezetene en neem wat gas terug.
‘Bedank voor de tip, tschüs!’
Het tweede deel van mijn rondje joggen begint.
‘Komm mit, komm mit’, hoor ik de man nog zeggen. Ik zou zelf nooit op het idee gekomen zijn om iemand die tijdens het joggen even pauzeert aan te spreken en op sleeptouw te nemen. Vele gedachten vliegen door mijn hoofd en belemmeren een ontspannen manier van joggen. Heel kort las ik een pauze in en loop in een normale wandelpas. Dan hoor ik – dit keer alleen in m’n hoofd – weer iemand zeggen ‘komm mit, komm mit!’ Ik jog alweer. De zon lijkt warmer dan voorheen en in een rustig looptempo voel ik hoe de energie door mijn lichaam stroomt. Net als vorige week is ook dit weer een heerlijk begin van een zonnige zaterdag. Morgenochtend ga ik weer, want wie rondom de Schlachtensee jogt maakt altijd wel iets mee. Ik herinner me dat ik eerder een column heb geschreven n.a.v. een rondje joggen op deze plek. Mijn herinnering blijkt juist te zijn. In 2012 schreef ik ‘Het zou verboden moeten worden‘ n.a.v. een rondje joggen langs de Schlachtensee en in 2013 ‘Verslaafd‘. Het wordt tijd voor een bundel Schlachtensee columns. Morgen weer op pad!
Giros en een mixed grill, dat zijn gerechten die je steevast tegenkomt op de menukaart van veel Griekse restaurants in Duitsland. Volgens Voula Frakos van restaurant Thalassa vallen die gerechten onder Grieks fastfood en niet onder de traditionele, Griekse keuken. Zij en haar wijlen echtgenoot runden vóór hun komst naar de Duitse hoofdstad zo’n niet-traditioneel etablissement in de Beierse stad Bamberg.
Het is niet de eerste keer dat het mij overkomt. Iedereen die thuis een computer heeft, is een potentieel slachtoffer. U bent dus gewaarschuwd. Een jaar geleden overkwam het een kennis van me. Zijn computer gaf er zo maar de brui aan. Zomaar, zonder waarschuwing vooraf, startte het apparaat niet meer op. Dus, huppa, naar de computervakman, die vervolgens met zijn hoofd schudde: “Alles weg, mijnheer. Ik hoop dat u een back-up heeft.” De kennis had dus geen back-up gemaakt. Dat is natuurlijk dom. Dat zei ik niet. Ik zei “het is altijd heel belangrijk om een back-up te maken van al je bestanden”. Hij was dermate beduusd, dat hij mij gelukkig niet vroeg of ik dan wél back-ups maakte. Dat had ik nog nooit gedaan. Wel kocht ik een dag later direct een externe schijf en kopieerde vervolgens al mijn bestanden. Stel je voor dat hij alsnog die vraag zou stellen. Na het maken van een dergelijke back-up doet zich vaak het probleem voor, dat je het back-uppen snel verwaarloost. Ik was bijvoorbeeld van plan om wekelijks een back-up te maken. Al snel paste ik mijn voornemen aan en veranderde het in maandelijks. Het is echter alweer maanden geleden dat ik een back-up maakte. Die externe harde schijf ligt ergens in een laatjes tussen een verzameling snoeren en kabels die ik nooit meer gebruik. Het is niettemin verstandig om regelmatig en consequent een back-up te maken. Dat kan ik iedereen van harte aanbevelen. Vanochtend, na het opstarten van mijn computer, bleef het beeldscherm namelijk opvallend lang erg zwart. Ik las alleen een zinnetje met Register of iets dergelijks. Ik drukte op de spatiebalk en hoorde een toontje. Mijn toetsenbord leek in een synthesizer te zijn veranderd. De computer startte niet meer. Hij had er duidelijk de brui aan gegeven. U raadt het al. Mijn kennis vroeg, je hebt toch wel een back-up gemaakt? Ik vertelde hem dat ik gelukkig een externe harde schijf heb. Ik vertelde hem niet, dat die harde schijf al maanden ongebruikt in een laatje ligt. Waarom zou ik?