Author Archives: AvG

Mini-drone bespioneert Angela Merkel

Al dagen lang zijn in veel landen de ogen op Duitsland gericht. Die aandacht zal de komende dagen alleen maar toenemen, want het moge duidelijk zijn dat hier aanstaande zondag verkiezingen worden gehouden. Iedere dag lees je wel weer een nieuwtje uit het reizende campagne-circus. Vandaag las ik een bericht over een toch wel originele actie van de Duitse Piraten Partij.

Tijdens een CDU-campagnebijeenkomst in Dresden stuurde een jonge ‘piraat’ een radiografisch bestuurbaar spionagevliegtuig (de bekende drone) richting bondskanselier Merkel, die op deze plek de leden van haar partij toesprak. “Het was mijn doel om de bondskanselier en de minister van defensie Maizière te laten voelen hoe het is om plotseling door een drone gadegeslagen te worden”, liet Markus Barenhoff, vicevoorzitter van de Piraten Partij, in een reactie weten.

De 23-jarige piraat die het vliegtuigje bestuurde vertelde dat hij alleen een video-opname van de bondskanselier en de CDU-politici wilde maken. Tijdens de vlucht van de mini-drone hadden agenten de bestuurder al snel in de peiling. Hij werd opgepakt en een korte periode vastgehouden. Veiligheidsexperts lieten weten dat er van het door meerdere propellers aangedreven vliegtuigje geen enkel gevaar uitging.

Salon van de angst, de voorbereiding

Agnès Geoffray, Night 3, 2005 (Fotografie aus der Serie: Nights, 2005-2007), © Agnès Geoffray, Courtesy Agnès Geoffray

Agnès Geoffray, Night 3, 2005 (Fotografie aus der Serie: Nights, 2005-2007), © Agnès Geoffray, Courtesy Agnès Geoffray

Afgelopen donderdag opende in de Kunsthalle Wien de expositie Salon der Angst. Deze titel behoeft geen vertaling. Het thema is duidelijk. Eind september ben ik toevallig een paar dagen in Wenen. Een bezoekje aan de expositie staat al in mijn agenda. Onbevangen wil ik mij dan langs de kunstwerken bewegen om vervolgens in een echt Weens koffiehuis mijn eerste indrukken op papier te zetten. De Kunsthalle Wien is fris gerenoveerd. Salon der Angst is de eerste expositie na de renovatie. Bovendien is het de eerste tentoonstelling van museumdirecteur Nicolaus Schafhausen, die hier sinds oktober 2012 de scepter zwaait. Voorheen was hij directeur van kunstcentrum Witte de With. Allemaal leuk en aardig maar het zegt natuurlijk nog niets over de expositie.

In mijn beoogde artikel wil ik dat het eerste woord mijn eerste stap in het museum beschrijft en het laatste woord mijn stap richting de garderobe. Ik bied de lezer mijn schoenen aan, die ik op de dag van mijn bezoek zal dragen. Wat dit oplevert, daar kan nog niets zinnigs over zeggen. Wel kan ik alvast voorbeschouwen door te lezen wat enkele Weense dagbladen na de officiële opening van de expositie schreven. Dagblad Der Standard gaat eerst in op de titel, die volgens de redacteur geassocieerd kan worden met Kirche der Angst van de in 2010 gestorven kunstenaar Christoph Schlingensief. Hij schrijft dat Kirche der Angst, dat in 2008 in Duisburg als stuk werd opgevoerd en in 2011 in Venetië als installatie, precies het tegenovergestelde beoogde als Salon der Angs”. Bij Schlingensief ging het vooral om subjectivisme, in Wenen vooral om objectivering. Na de inleiding betreedt de redacteur de expositieruimte. In zijn ogen is het een magische belevenis. ‘Maar wie hier met hetzelfde angstgevoel als bij een spookhuis binnenloopt, komt vooralsnog bedrogen uit,’ schrijft hij. Vooralsnog, want bij de kunstenaar Thomas Hirschhorn sta je volgens hem opeens oog in oog met zijn serie “Collage-Truth”, waarin wulpse poses van mooie reclamemensen met door oorlogen vervormende lijken worden versmolten. Of met de video “Pellojo” (huid) van het kunstenaarscollectief Los Carpinteros, waarin een paar bij het geslachtsverkeer te zien is en waarbij een rap verouderingsproces in beeld wordt gebracht. Angst provoceert ook ironie, lees ik vervolgens.

Volgens Der Standard levert de kunstenaar Cameron Jamie hierbij het voorbeeld met zijn fotowolk waarin ‘voor Halloween geschikte’ Amerikaanse voortuinen zijn te zien en waarop een grafsteen ‘R.I.P. Disco, the dance that never had a chance‘ staat geschreven. Als tweede voorbeeld voert hij één van de twee Nederlandse deelnemers op. “’f in de op De Stijl gestylde kartonnen doos van Erik van Lieshout met video’s, die het geklaag en gejammer van een door een acteur gespeelde kunstenaar in zijn midlife-crisis ‘documenteren’. De werken van de Belgische kunstschilder James Ensor (1860 – 1949) worden genoemd om aan te geven dat de expositie modern en ouder werk in huis heeft om zo de verschillen van angstbeleving vanuit een tijdhistorisch en cultureel perspectief te laten zien. Der Standard sluit af met de mededeling dat de expositie niet didactisch is opgezet maar uitnodigt tot zelfstandige creativiteit bij het kijken.

Ter vergelijking lees ik ook het bericht in de Wiener Zeitung. Ook hier eerst wat feitjes, bijvoorbeeld dat de renovatie drie maanden duurde en het museum nu via het voormalige winkelgedeelte toegankelijk is. De redactrice sluit haar inleidende woorden af met haar verwondering over het gerucht dat enkele belangrijke kunstwerken in bruikleen vanwege de hoge kosten niet in de Salon der Angst geëxposeerd konden worden. Tussen de regels door lees ik dat de renovatiekosten hoger en belangrijker zijn dan de kosten voor een belangrijk kunstwerk. Dan gaat ook zij op weg naar de expositie. ‘Minimalistische informatie over het thema angst’ luidt het eerste tussenkopje. ‘Eigenlijk is de angst al het thema van de 20e eeuw, van Edvard Munch’s schilderij De schreeuw tot Sigmund Freud, Søren Kierkegaard en de Weense School van de klinische psychologie tot Hubert Rohracher.’

De schrijfster van het artikel is duidelijk ontevreden als ze schrijft dat ook de informatie over de expositie minimalistisch is. Ze ergert zich er bovendien aan dat het informatieboekje over de 44 werken van 30 mannelijke en 14 vrouwelijke kunstenaars uit 15 landen pas na afloop van een symposium van Julia Kristeva verkrijgbaar is. Waarom ze de lezer met dit ‘probleem’ opzadelt is mij een raadsel. Vervolgens schrijft ze over de adelaar, het symbool van de nieuwe kunsthal, die in haar ogen geen persoonlijke gevoelens wil prijsgeven. Bij mij ontstaat meer en meer een beeld van een teleurgestelde redactrice in plaats van een beeld van de expositie. Maar ik lees verder. In de laatste alinea komen een Vlaamse en een Nederlandse kunstenaar aan bod, echter alleen om de bedenkingen van de recensente te illustreren. De aanwezigheid van de werken van de in Antwerpen geboren barokschilder Ferdinand van Kessel (1648 – 1696) toont volgens haar aan hoe hulpeloos en ongegrond de brug naar de nieuwe tijd tot aan het kunsthistorische museum (museum in Wenen) wordt geslagen. Ze vraagt zich af waarom de westerse superioriteitshouding angst zou moeten inboezemen. De gecomprimeerde weergave van de werelddelen was volgens haar vooral als exotische attractie bedoeld, waar niemand bang voor was maar waar iedereen juist reikhalzend naar uitkeek. Tot slot, in de allerlaatste zin, komt de geluidsinstallatie met wilde dieren van Willem de Rooij aan de orde, die door de Wiener Zeitung als een zeer willekeurige rand op het gebied van kinderangsten wordt bestempeld.

Niet genoemd in de Weense dagbladen zijn de namen van de Belgische deelnemende kunstenaars Nel Aerts, Nicolas Kozakis en Raoul Vaneigem. Daarmee heb ik in dit stuk in ieder geval alle Belgische en Nederlandse deelnemers weergegeven. De bijdrage in de Wiener Zeitung was in mijn ogen niet voor een breed publiek geschreven. Dat is natuurlijk een keuze van de krant of van de redactrice. Zelf probeer ik wel altijd voor een breed publiek te schrijven. Ik heb het voordeel dat ik niet hoef te bewijzen dat ik een wetenschappelijke achtergrond heb, omdat mijn wortels buiten de wetenschappelijke wereld liggen. Dat betekent niet dat ik geen teksten van wetenschappers lees. Sterker nog, ik lees graag de visie van wetenschappers op vraagstukken die mij interesseren. Een blad dat op hoog niveau voor een breed publiek over bijvoorbeeld hedendaagse Duitstalige literatuur schrijft is VOLLTEXT. Ik vind dat een nobel streven. Als abonnee op deze literaire krant kan ik zeggen dat het de redactie tot nu toe altijd is gelukt om in iedere uitgave dat doel te bereiken. In Wenen zal ik daarom niet alleen de ‘Salon van de angst’ bezoeken, ik zal ook de uitgever van VOLLTEXT interviewen. Een verslag daarvan volgt later, in druk, in België. Bekijk hier 71 foto’s van de opening van de expositie “Salon der Angst”

Wereldpremière van Kehlmann’s nieuwe roman “F”

04/09/13: Daniel Kehlmann en Thomas Brussig in het Haus der Festspiele in Berlijn

04/09/13: Daniel Kehlmann en Thomas Brussig in het Haus der Festspiele in Berlijn

Ademloos. Zo luisterde ik vanavond naar Daniel Kehlmann, die op de openingsavond van het 13e internationale literatuurfestival in Berlijn uit zijn nieuwe roman „F“ voorlas. De scene herinnerde me direct aan zijn debuut „Beerholms Vorstellung“, waarin een goochelaar de hoofdrol speelde. In “F” bezoekt een vader met zijn zonen een voorstelling van een hypnotiseur. Een prima gelegenheid voor de bestseller-auteur om met de werkelijkheid te spelen. De vader heet Arthur, net als de hoofdpersoon in “Beerholms Vorstellung”. Dat is vast en zeker geen toeval, want vrijwel niets is toeval in de boeken van Kehlmann.

Nadat de schrijver de scene heeft voorgelezen barst er een groot applaus los. Iedereen was meegenomen en ik weet nu al dat dit boek een bestseller wordt. Natuurlijk is dat een wilde gok als je slechts een half uurtje naar een deel uit een boek heb geluisterd, maar als je de eerste reacties uit de media erbij optelt, dan kan een verkoopsucces niet uitblijven. Dit onderwerp snijdt ook presentator (en eveneens schrijver) Thomas Brussig aan. Hij formuleert nogal cryptisch dat aan veel bestsellers artistiek gezien vaak wat hapert maar dat hij dat bij “F” niet kon vaststellen. Kehlmann laat zich niet uit de tent lokken om grote uitspraken over succes te doen.

Hij citeert liever een beroemde andere persoon wiens naam mij is ontschoten maar die zei “ik schrijf vanuit passie en publiceer voor het geld”. Kehlmann had er geen moeite mee om te zeggen dat hij hoopt dat veel mensen zijn nieuwe boek lezen en dus kopen. Ik knikte en wist dat dit onderwerp bij de Duitse literatuurrecensenten telkens weer opduikt als ze over Kehlmann schrijven. Het is alsof ze hem het succes niet gunnen, om wat voor reden dan ook.

Voor mij was het een geslaagde avond. Naast mij zat een Kroatische journalist/filmmaker, die net als ik ook alle boeken van Daniel Kehlmann had gelezen. “Ik las één boek en toen wist ik dat ik alles moest lezen”, vertelde hij me. Ik herkende dat gevoel, want ook ik wilde na de eerste kennismaking meer lezen. Gelukkig is er nu dus de nieuwe roman. Gezien de lange rij wachtenden besloot ik het boek niet vanavond te kopen en te laten signeren. Dan zou ik er nu nog staan. Zo heb ik een paar extra dagen extra om naar een nieuw boek uit te kijken.

Of ik ga naar de bibliotheek. In Berlijn heb je de speciale “bestseller-service”. Voor 2 euro mag je de bestseller 2 weken in huis hebben. Je kunt het boek niet van tevoren bestellen noch kun je de periode verlengen. Er wordt uitgegaan van de bestsellerlijst van Der Spiegel, waar “F” binnenkort vast en zeker op zal verschijnen. Het was een tip van mijn Kroatische buurman in de zaal van het Haus der Berlines Festspiele. Het bestseller-systeem is in 2008 in het leven geroepen, omdat te veel leden van de bibliotheek te lang op pas verschenen bestsellers moesten wachten.

Internationaal literatuurfestival Berlijn met o.a. J.M. Coeztee, Salman Rushdie, Arnon Grunberg, Geert Mak, Ellen Deckwitz, Joke van Leeuwen, Dominique Goblet, Simon Gronowski, Maarten Inghels, Koenraad Tinel, Bracht Vandenbroucke en In Koli Jean Bofane.

Lange rij wachtenden voor de signeersessie van Daniel Kehlmann

Lange rij wachtenden voor de signeersessie van Daniel Kehlmann

Daniel Kehlmann signeert zijn nieuwe roman "F".

Daniel Kehlmann signeert zijn nieuwe roman “F”.

Daniel Kehlmann signeert "F", zijn nieuwe roman.

Daniel Kehlmann signeert “F”, zijn nieuwe roman.

« Oudere berichten Recent Entries »