Author Archives: AvG

Raven weten meer (over ons ) dan we denken

raaf1Gisterochtend, vlak voordat ik de stad in wilde om een boek te kopen,  zette ik even de televisie aan en viel in een uitzending over raven. Eigenlijk wilde ik alleen even op teletekst het nieuws lezen, maar deze documentaire had mij direct in zijn greep. Jammer dat ik vroeger bij de biologieles op school altijd spijbelde, want anders had ik al veel eerder geweten dat raven ook wel vliegende apen worden genoemd. Niet vanwege hun uiterlijk, dat moge duidelijk zijn, maar vanwege hun intelligentie. Binnen het dierenrijk blijken er maar drie van de ruim zes miljoen dieren te bestaan die een werktuig gebruiken om aan hun voedsel te komen; de chimpansee, de olifant en de raaf.

De boeiende film toonde diverse tests met raven. Eén onderzoek fascinerende mij vooral. Op een tafel lag een stukje voedsel in een buis. De raaf zou het voedsel alleen kunnen bemachtigen door met een lang stokje in zijn snavel het voedsel uit het buisje te trekken. De onderzoeker had echter een lang stokje in een met tralies dichtgespijkerd soort vogelhuisje neergelegd, dat ook op tafel stond. Naast de tafel hing aan de tak van een boom een kort stokje aan een touw. De raaf zou dus eerst het touw omhoog moeten halen, dan het korte stokje verwijderen en vervolgens met het korte stokje in het vogelhuisje moeten peuteren om het grote stokje eruit te krijgen. Tot slot zou hij dan met het grote stokje het stukje vlees kunnen pakken. En precies dat gebeurde er (minuut 15:35 tot 19:00, na het 1e experiment).

De documentaire zat vol met momenten waarbij mijn mond openviel van verbazing. Raven hebben minimaal twee dialecten, ze maken luide geluiden om met andere raven te communiceren en “praten” zachtjes met hun gezinsleden. Sterft een raaf, dan komt een grote groep raven in de buurt van het dodelijke slachtoffer bijeen om enkele minuten te rouwen (minuut 43:20). Ze kraken walnoten door deze uit de lucht te laten vallen (minuut 34:05). Voordat ze de noot laten vallen vliegen ze vanaf bepaalde hoogte naar beneden en schatten het gewicht van de noot, zodat ze de noot precies vanaf de juiste hoogte laten vallen  en de noot op de grond wordt gekraakt zonder helemaal kapot te gaan. De raaf volgt de vallende noot tot op de bodem, zodat niemand hem steelt. Dit talent hebben ze nog verfijnd. Ze zorgen ervoor dat de walnoot op de straat valt als het stoplicht op rood staat. Daarmee sluiten ze het risico uit dat zij of hun walnoot slachtoffer worden van het rijdende verkeer.

De documentaire heet “Raben – Unterschätzte Genies” en is de moeite waard om in zijn geheel te bekijken. Raven herkennen net als olifanten ook mensengezichten. De documentaire laat zien hoe een raaf op een testpersoon reageert die hij drie jaar eerder voor het laatst zag. De raven blijken ons mensen dan ook al veel langer in de gaten te houden dan wij de raven. Helaas heb ik geen Nederlandstalige versie of een versie met Nederlandse ondertiteling kunnen vinden.

Ook dat nog

Ratten experimenteren met mensen

ratVader en zoon rat zitten gemoedelijk aan een tafeltje in hun stamcafé.
„Vroeger werden we vaak ingezet voor onderzoek“, vertelt vader.
„Je overgrootvader was een laboratoriumrat. Hij werd niet oud. Weet je jongen, het was voor die ratten geen pretje om laboratoriumrat te zijn. Aan de andere kant hielpen ze de mensen bij belangrijke onderzoeken. Dat weer wel.”
„Dat weet ik, vader. Maar wat ik heb ontdekt bij de mensen, dat is toch ook van grote waarde?“
„Natuurlijk jongen, het laat zien dat een mensenlichaam niet alleen een lichaam is. Hoe kwam je ook alweer op het idee?
„Door die schrijver, hoe heet ie ook alweer?“
„Je bedoelt Anton Koolhaas, onze grote mensenvriend?”
“Nee, niet Anton, hoewel dat natuurlijk een bijzonder mens was. Hij had oog voor ons en ook voor de muizen, kippen, varkens, eenden, noem maar op. Nee, hij heette anders. Hij had net als Anton ook een boekje geschreven over kippen, varkens en andere dieren. Ik lees het nog wel eens, die mini-verhaaltjes met Jaap de brilslang en de koffiekat die in een theeplantage woonde.”
“Ah, Campert, Remco Campert.”
“Ja, die! Hij schreef ooit een kort verhaal over een bekende Nederlander die was uitgenodigd om op televisie iets over zijn ervaringen in Parijs te vertellen. Een hilarisch verhaal, waarbij de arme dichter Flip Toussaint wordt verwisseld met Philip Courant.”
“Uh..??”
“Ik ben nog niet klaar. Het idee ontstond door een behoorlijke omweg. Dus Flip Toussant bleek niet dé Frankrijk kenner Philip Courant te zijn. Bij mij knaagde het dagen lang, omdat ik niet precies wist wie Campert met Philip Courant bedoelde. Ik zag de man voor me, maar zonder naam. Tijdens een spelletje Mens erger je niet schoot de naam me opeens te binnen; Jan Brusse. Ik googelde en stuitte onverwacht op het onderwerp claustrofobie. Jan Brusse had hier namelijk, naast zijn boekjes over Parijs, een autobiografisch werkje aan gewijd.”
“Dat is wel een hele lange omweg!”
“Ja en nee. Zonder die omweg was ik nooit met het onderzoek begonnen. Maar goed. Uiteindelijk, na het onderzoek, realiseerde ik me dat de naam Philip Courant een knipoog naar Philip Frerics moest zijn. Goed dat ik die knipoog niet meteen zag, want anders had het onderzoek niet plaatsgevonden.”
“En die man, die Jan Brusse, die was claustrofo…wat zei je nou?”
“Claustrofobisch.”
“En hoe zie je dat dan?”
“Dat zie je niet.”
“Dat zie je niet? Maar hoe weet je het dan?”
“Onderzoek, pa. Ik wilde het weten. Dus namen we twee mensenlichamen waarvan eentje met hoogstwaarschijnlijk claustrofobie.”
“En toen?”
“Eerst hebben we een lifttest uitgevoerd. We zetten beide lichamen voor een geopende liftdeur en duwden ze voorzichtig naar binnen. Het ene lichaam liep rustig vooruit en er verscheen zelfs een lach op het gezicht. Het andere lichaam verstijfde, er kwamen kreten uit en we moesten het met drie andere ratten in bedwang houden. Toen hebben we dat lichaam met touw omwikkeld en in de lift gezet. Uit de mond van het vastgebonden lichaam kwam speeksel, alles trilde en schudde, niet normaal! Terwijl dat andere lichaam, ook van een mens, ontspannen in de spiegel van de liftruimte keek en de haren op het hoofd fatsoeneerde.”
“Twee dezelfde lichamen?”
“Ja, min of meer. Honderd procent identiek zijn die mensenlichamen nooit. We hebben alles wat we hebben waargenomen direct opgeschreven. Daarna kwam de tunnel.”
“De tunnel?”
“Ja, sommige ratten beweren dat mensenlichamen ook bij tunnels afwijkend gedrag vertonen. Dat wilden we natuurlijk wetenschappelijk bewijzen.”
“En?”
“Het was een tunnel van 200 meter, met een bocht. Dus je kon het einde niet zien. In het midden van de tunnel stond een mooi gedekte tafel met brandende kaarsen. Voor de rest was het vrij donker in de tunnel. Op die tafel stonden karaffen met water, flesjes frisdrank, glazen wijn en diverse soorten bier. Ook bevond zich op die tafel een grote zilveren schaal met heerlijke sandwiches erop, omringd door witte, porseleinen schalen met de lekkerste salades. We hadden onze testlichamen acht uur geen voeding meer gegeven, alleen zo nu en dan een glas water. Om het tafereel nog aantrekkelijker te maken stond links van de gedekte tafel een jonge vrouw in verleidelijke, sexy kleding. Aan de andere kant stond een aantrekkelijke jonge man in sexy kleding. Op vijftig meter afstand voor de tunnel lieten we de twee lichamen tegelijkertijd los.”
“Ze renden de tunnel in?”
“Ja, de man die eerder zijn haar fatsoeneerde rende de tunnel in, nam een grote slok bier, beet woest in een sandwich en sloeg zijn arm om de aantrekkelijke vrouw.”
“En het andere lichaam?”
“Dat lichaam liep aarzelend tien meter naar voren en bleef staan. Het lichaam schudde, wederom hoorden we krijsende geluiden en daarna lag het plat op de grond,”
“Dood?”
“Nee, niet dood. Maar het wilde niet meer. Raar hè? Je zou denken, twee vrijwel identieke mensenlichamen, die moeten toch hetzelfde reageren op die heerlijke vooruitzichten.”
“Dat is inderdaad raar. En, weten jullie al waarom die lichamen zich anders gedragen?
“We zijn nog in de onderzoeksfase. We vergelijken deze gegevens met het andere onderzoek, waarbij we twee lichamen een zwembad in duwden. Het ene lichaam vloog er bijna van zelf in, het andere lichaam gilde en wilde niet te water. Er moesten vijf ratten aan te pas komen om het in het water te krijgen. Eerlijk gezegd was dat geen leuke aanblik, maar goed, het diende de wetenschap. Het sputterende lichaam hebben we er wel weer snel uitgehaald.”
“Dus weer lichamen die verschillend reageren. Raar, vind je niet?”
“Daarom doen we ook dit soort onderzoeken, pa. Ratten zijn anders. We hebben de waterproef ook met oom Henk en tante Annie uitgevoerd.
“Met Henk en Annie?!!”
“Ja, in ondiep water natuurlijk. We hebben ze er gewoon in geduwd. Ze werden nat, voor de rest was er niets aan de hand. Niet te vergelijken met mensen!”
“Ik snap dat niet. Ze zien er toch allemaal min of meer hetzelfde uit. Waarom reageren ze dan anders?”
“Het onderzoekt loopt nog, pa. We denken dat het wezens zijn die nooit hetzelfde zijn, dat ze altijd veranderen. Het lichaam dat meermaals gewoon in het water sprong, weigerde namelijk opeens. Tja, probeer dat maar te verklaren.”
“Zoon, waar ben je aan begonnen? Ik zou zeggen, laat ze maar gewoon gaan, die mensen. Het lijkt erop dat ze onverklaarbaar zijn.”
“Ja, pap, dat vrezen wij ook. Het zijn onverklaarbare wezens die naar alle waarschijnlijkheid zelf niet weten waarom ze er zijn.”
“Ook dat nog!”
“Ja, pa, ook dat nog!”

Integratiecola uit Hamburg

Foto Ali Cola

Foto Ali Cola

Integratie. Als ik het woord alleen al lees, zie ik verhitte discussies, voor – en tegenstanders en reageerders die elkaar op websites voor van alles en nog wat uitmaken, kortom, een boel ellende. Zondag las ik in de Frankfurter Allgemeine Sonntagzeitung (FAZ) echter een stuk over integratie dat mij wel smaakte en dat wellicht ook bij Nederlanders en Nederlanders met Turkse achtergrond in de smaak valt: Ali-Cola!

De naam „Ali-Cola“verraadt al dat het hier om de integratie van Turken in Duitsland gaat. De 39-jarige Aydin Umutlu is de uitvinder van het nieuwe drankje, dat minder zoet smaakt dan de traditionele cola. “Weinig suiker, weinig koolzuur, meer integratie”, vertelt de horeca-ondernemer, die 6 maanden oud was toen hij vanuit Turkije naar Hamburg verhuisde en in de Duitse Hanzestad opgroeide. Dit drankje is zijn bijdrage tot integratie, zijn poging om de Duitsers en de Turken beter met elkaar te laten samenleven. Natuurlijk wil hij er ook geld mee verdienen en hoopt hij dat de cola net zo populair wordt als de Duitse “Fritz-Kola”  en dat de naam Ali net zo vanzelfsprekend wordt als de typisch Duitse naam Fritz.

Op zijn website www.alicola.de kun je zien hoe hij het integratie-aspect benadert: met plezier en gevoel voor humor. In een klein bioscoopfilmpje danst een man met een naakt bovenlichaam en een zwart SM-masker op zijn hoofd in een betegelde kelderruimte. Je weet niet of de man een Duitser of een Turk is. Dat is ook niet belangrijk, omdat de man gewoon  voor een leuke sfeer zorgt. Tijdens de dans verschijnen op stroboscopische wijze de volgende woorden in beeld: Hans, Döner, Ordnung, Temperament, Currywurst, Sylt, Antalya, Ali,Cola.

Het idee van de cola kwam na een minder vrolijke gebeurtenis tot stand. Thilo Sarrazin, het voormalige bestuurslid van de centrale bank van Duitsland (Deutsche Bundesbank) beweerde in zijn boek “Deutschland schafft sich ab” (Duitsland heft zichzelf op) dat de moslim-immigranten niet in Duitsland zouden willen integreren. Daarnaast speculeerde hij dat bij het “falen” van Duitse Turken in de scholen erfelijke factoren een rol zouden kunnen spelen. Aydin Umutlu voelde zich aangesproken. “Ik was woedend”. Hij ziet het anders. Van de meer dan drie miljoen in Duitsland wonende Turken, waarvan veel met een Duits paspoort, “zijn ook niet meer asociale mensen dan die paar Duitsers die met hun flessen bier voor de Aldi en het station rondhangen. Geïntegreerde Turken vallen gewoon niet op, “zorgen niet voor hoge kijkcijfers”.

Aydin Umutlu wenst een ontspannen omgang tussen Duitsers en de Duitsers met Turkse achtergrond en minder nekslagen van Duitsers. Laatst kreeg hij er eentje van een Duitse oma bij hem in de buurt. Onder het genot van “Kaffee und Kuchen” was hij ruim drie uur bij haar op bezoek om haar gouden bruiloft te vieren. Ze praatten honderd uit. Na afloop zei ze: “Een echt “Hamburger Jung” (zoiets als een echte Amsterdammer, Rotterdammer of Hagenees) bent u echter nog niet. Het duurt nog een paar generaties voordat mensen zoals u dat kunnen zeggen, jongeman.”

Aydin Umutlu ziet dat anders. In zekere zin is hij net zo’n “Hamburger Jung” als de Hamburgse jongens die “Fritz-Kola” op de markt brachten. Aydin zocht op internet naar de mogelijkheden om zijn cola te maken en kocht bij een apotheek alle ingrediënten. Na twee weken was het recept klaar. Voor het etiket  retoucheerde hij de afbeelding van een croupier, totdat deze eruit zag als een typische “scène-Turk”: kale kop in plaats van haar, snor in het gezicht getekend, cool en vriendelijk. Een type zoals Aydin Umutlu, aldus de FAZ. De cola wordt door een bedrijf in Nürnberg afgevuld en is te koop bij diverse kiosken, dönerzaken en restaurants in Hamburg. Er zijn al aanvragen uit Magdeburg, Stuttgart, Mannheim en München.

(Deze tekst verscheen ook op joop.nl)

De uitvinder in beeld:

De reclamespot:

« Oudere berichten Recent Entries »