Author Archives: AvG

De kop is eraf

wiegDe jonge vader buigt zich over de wieg. Het jongetje van 2 maanden zal over 20 jaar denken, mijn vader was 30 toen ik op de wereld kwam. Zal het jongetje zich ook nog herinneren dat ik over zijn wiegje hing, denkt de jonge vader.
„Schat, waar ben je. Is alles oké met Willem?“
„ Ja schat, ik ben boven. Willem slaapt.“
De jonge vader kijkt naar de kleine Willem.
“Je hebt dezelfde naam als onze koning, Willem. Wist je dat? Moeder vond Willem eerst niets, ze dacht meteen aan Willem van Hanegem en vreesde dat jij met kromme beentjes ter wereld zou komen. Wist je dat, Willem?
“Philip, riep je mij?”
“Nee, ik praatte met Willem.”
“Niet te lang praten, Philip. Willem heeft ook een beetje slaap nodig.”
“Trut hola, ik ben jouw kind niet. Krijg nou wat.”
“Philip, zei je iets?”
“Nee schat, ik praat nog 5 minuten met Willem en dan gaat hij slapen.”
“Zie je, je leert het wel Philip!”
“Willem, nu moet ik gaan fluisteren, anders bemoeit die mevrouw zich er steeds mee. Wist je dat jij uit die mevrouw bent gekomen? Natuurlijk wel door mijn toedoen. Dat is trouwens je moeder, die mevrouw die steeds naar boven roept. Zij denkt dat ze kinderen kan opvoeden. Hé Willem, je lacht. Intelligent menneke. Ja, je moeder heeft al een heel plan voor je opgesteld. Ze bepaalt wat je eet en drinkt, wanneer je eet en drinkt, wanneer je moet slapen, wat voor kleren je moet aantrekken. Ja, Willem, je hoeft helemaal niets te doen, net als papa. Mama zorgt zowel voor jou als voor papa, omdat mama denkt dat ze de wijsheid in pacht heeft. Maar wij weten wel beter, hè Willem!”
“Philip, praat je nu nog met Willem? Je moet straks een boterham eten en ik heb het overhemd gestreken dat je vandaag aantrekt.”
“Hoor je Willem, dat bedoel ik nou. Eigenlijk is papa knettergek dat hij dit zich laat welgevallen, maar weet je Willem, ik blijf hier voor jou. Oh, wat is dat nu Willem?”
“Philip, wat heb je gedaan. Waarom krijst Willem?!”
“Schat, ik …
“Aan de kant, jongen. Ik zei toch dat je naar beneden moest komen. Willem, wat is er? Heeft papa te lang met je gepraat? Ja, dat had ik papa ook gezegd. Daar kun jij niks aan doen, hoor Willem. Je vader moet nog een boel leren.”
“Willem, je moeder is knettergek. Wist je dat?”
“Hé Philip, hou je daar nu meteen mee op?”
“Ja, Willem, je moeder weet namelijk helemaal niks. Eerlijk gezegd ben je beter af zonder haar, Willem. Je moet je eigen leven ontdekken en niet luisteren naar je moeder, anders word je net zo gek als ik, Willem. Hé, schat, niet duwen. Ik praat met mijn zoon.”
“Niet hier. Naar beneden en snel!”
“Hoor je dat Willem, ze praat met mij alsof ik een hond ben. Willem, dat staat jou ook te wachten jongen.”
“Nu weg!”
“Willem, dit is het eerste familiedrama in je leven. Eens kijken, je bent twee maanden oud. Nou, dat is niet gek. De kop is eraf!”

Een nieuw pad naar de waterval

coverA New Path to the Waterfall”. Dat is de titel van de laatste dichtbundel van de in 1988 gestorven Amerikaanse schrijver Raymond Carver. Naast eigen gedichten bevat het boek ook teksten van schrijvers die hij waardeerde zoals bijvoorbeeld Tomas Tranströmer  of Anton Tjechov. Onder de titel “ Ein neuer Pfad zum Wasserfall” verscheen onlangs de Duitse vertaling bij de Duitse uitgeverij “Fischer Verlag”.

Een man droomt dat hij vissen gaat en een beekforel voor het ontbijt vangt. Dan wordt hij wakker en voor de deur staat geen hengel, daar staan de schoenen, die hij kocht om eindelijk een nieuwe baan te zoeken. „Zoeken naar werk“ (Duits: “Suche nach Arbeit”) heet het gedicht van Raymond Carver. In een paar regels wordt alles behandeld wat het Carver-universum zo fascinerend maakt: eenvoudige verhalen over eenvoudige mensen, die over hun bescheiden verlangens en dromen vertellen. En over hun moeilijkheden, want meestal zijn ze heftig vertwijfeld door het afmattende, dagelijkse leven.

Raymond Carver (1938) is vooral beroemd geworden door zijn korte verhalen. Hij was 50 jaar oud toen een arts hem vertelde dat hij aan kanker leed en nog een paar maanden te leven had. Op dat moment besloot de schrijver om enkel nog gedichten te schrijven, omdat dit sneller ging en je bovendien zaken nauwkeuriger kon uitdrukken. Het gedicht “De keuken” (Duits: “Die Küche”) is een gedicht dat sterk doet denken aan een klassieke short-story van Carver: een jongen zit aan de rivier en vangt bijna de vis van zijn leven. Opgewonden rent hij naar huis om zijn vader hierover te vertellen – maar die is met andere dingen  bezig:

Mijn vader was dronken / en zat in de keuken met een vrouw, die niet zijn vrouw was en ook / niet / mijn moeder.

(Duits: “Mein Vater war betrunken / und saß in der Küche mit einer Frau, die nicht seine Frau war und auch / nicht / meine Mutter.” )

De Duitse recensent  Martin Becker van Deutschlandradio noemt de taal van de gedichten “eenvoudig elegant”. Er zijn geen intellectuele verhandelingen voor nodig om deze poëzie te begrijpen. Het is vaak wonderbaarlijk licht en deels voorzien van bittere humor: Tijdens een treinreis zit een man in de restauratiewagon. Plotseling wijst de conducteur naar een tennisbaan achter het raam. Daar speelde Franz Kafka zojuist, zegt hij. De mensen kijken naar buiten en de passagier merkt op:

Kafka zelf was vegetariër en geheelonthouder, / maar dat zal wel niemand interesseren

(Duits: “Kafka selbst war Vegetarier und Abstinenzler, / aber das braucht keinen zu kratzen.” )

Het bijzondere aan deze bundel is, dat Carver  zijn eigen gedichten thematisch heeft voorzien van passende teksten van door hem vereerde auteurs. Van Tomas Tranströmer of Anton Tjechov bijvoorbeeld. Zo ontstaat een aantrekkelijke dialoog. Daar komt nog de uitstekende vertaling van Helmut Frielinghaus bij. En dat leverde helaas nog een tragisch verhaal op: na de vertaling stierf hij. Het laatste gedicht uit de bundel is veelzeggend en draagt de eenvoudige titel „Laat fragment“ (Duits: “Spätes Fragment”):

En – heb je gekregen, wat / je wilde hebben van dit leven, ondanks alles? / Ja, heb ik. / En wat wilde je? / Zeggen kunnen, dat ik geliefd werd, mij geliefd / voelen op deze aarde.

(Duits: “Und – hast du bekommen, was / du haben wolltest von diesem Leben, trotz allem? / Ja, hab ich. / Und was wolltest du? / Sagen können, dass ich geliebt werde, mich geliebt / fühlen auf dieser Erde.” )

Raymond Carver op Wikipedia

2 mei demonstratie

werkAl enkele weken hingen op de deuren aan de buitenkant van het huis waarin ik woon gele papiertjes met de mededeling, dat op 2 mei tussen 11:00 en 13:00 uur de meteropnemer langskomt. Ik heb de hele dag gewacht maar geen meteropnemer gezien. Hierdoor miste ik de 2 mei demonstratie tegen de dwang van loonarbeid, die door een groep schrijvers uit de literaire subcultuur uit Oost-Berlijn in het leven is geroepen. Ik kende die groep nog, omdat ik ooit een artikel schreef over deze Surfpoeten en de Lesebühne in het algemeen. Ik wilde zo’n demonstratie met knipoog wel eens meemaken.

Eén van de schrijvers die graag over dit thema schrijft en vooral spreekt is schrijver en lid van Lesebühne LSD Andreas Krenzke, beter bekend onder de naam „Spider“. Hij is tegen loonarbeid „omdat er niet genoeg arbeidsplaatsen voor iedereen zijn“. De mensen die aan de demonstratie deelnemen zijn ook tegen de productie van zinloze producten. Hoewel de organisatoren jaarlijks veel plezier beleven aan hun optocht vanaf de Senefelder Platz, staan ze wel serieus achter het doel van hun demonstratie.

Spider met zijn verhaal „Im Arbeitslosenpark“:

« Oudere berichten Recent Entries »