Author Archives: AvG

Hoe verder met Zalando?

Mijn artikel over Zalando bracht het gewenste sneeuwbaleffect teweeg. Gistermiddag liep ik tussen de keuken en de toiletten van Gasthof zum Hecht (van een buitengewoon vriendelijke en gastvrije familie in Gschwend) met een telefoon in mijn hand en vertelde radiopresentator Lieven Vandenhaute over mijn ervaringen in het magazijn van Zalando. Het was een bijdrage voor de Belgische Radio 1 (beluister hier). Vanwege de slechte verbinding met mijn mobiele telefoon moest ik het hotel vragen om gebruik te maken van hun telefoontoestel. Vandaar dat ik me in de buurt van de keuken en de toiletten ophield.

Hoe nu verder met Zalando? Dat vraag ik me vandaag af. Eigenlijk wilde ik alleen mijn ervaring op papier zetten en daarna de vraag stellen of je bij dit soort bedrijven producten wilt kopen. Niet meer en niet minder. Ik blijf daar ook bij. Het bedrijf had anderhalf jaar geleden ruim voldoende financiële middelen om van start te gaan met normale arbeidsomstandigheden voor haar medewerkers. Dat neem ik het bedrijf vooral kwalijk. In de ZDF- documentaire  (LET OP: de scene vanaf minuut 13:00 geeft een realistisch beeld over de intimidatie bij het magazijn, de scene vanaf 14:40 legt iets uit over de bedragen die aan marketing worden uitgegeven) vertelt een wetenschapster van de universiteit Frankfurt dat juist in het jaar 2011 – het jaar waarover ik heb geschreven – Zalando maandelijks meer dan tien miljoen euro aan reclame uitgaf. Als een bedrijf zoveel geld aan reclame uitgeeft en tegelijkertijd zo weinig geld in arbeidsomstandigheden investeert, dan deug je als bedrijf niet. Gelukkig zal Zalando door de media-aanadacht gedwongen worden iets aan de arbeidsomstandigheden te doen. Dat is prima, maar mosterd na de maaltijd.

Conclusie: wie bij Zalando koopt, ondersteunt een bedrijf dat op bijna beestachtige wijze met mensen omspringt en als reactie op de wantoestanden letterlijk in deze persverklaring schrijft dat ze ‘ernaar streven een goede werkgever te zijn’.  Kortom, deze huichelachtige woorden maken hopelijk duidelijk dat dit bedrijf in handen is van een stelletje moderne boeven en dus gewoon echt niet deugt.

Ik heb ooit een keer stage gelopen bij een kleine vakbladuitgeverij in Amsterdam. De eigenaresse had een advertentieverkoper en een hoofdredacteur in dienst. Ze schreef zelf ook. Het kleine bedrijf had onvoldoende financiële middelen om meer personeel aan te nemen. Dat is niet zielig, dat is gewoon een feit. Bij die uitgeverij klaagde ook niemand daarover. Iedereen was druk bezig met het maken van mooie vaktijdschriften, want daar deed je het voor. Veel startende ondernemers moeten eerst iets opbouwen en kunnen pas na langere tijd iemand in dienst nemen. Dat vind ik ook een gezonde ontwikkeling. Sommige bedrijfjes groeien snel en kunnen meer mensen in dienst nemen. Ook prima. Ik heb niets tegen veel geld verdienen noch ben ik vies van geld. Ik weet dat veel ondernemers niet graag hoge kosten voor het personeel willen betalen. Het is soms ook een absurd hoge lastenpost, die het voor veel bedrijven heel lastig maakt om te groeien. Daar zou best wel iets aan gedaan mogen worden, maar dat is een hele andere discussie.

Wat ik wil zeggen is, dat je ook bedrijven hebt die niets opbouwen maar met de miljoenen van investeerders de markt op gaan om heel snel miljarden te verdienen. Dat vind ik geen gezonde ontwikkeling. Hierdoor worden zieke bedrijven gecreëerd. Deze bedrijven zien er aan de buitenkant schitterend uit, vaak met een uiterst geavanceerde webshop, maar de achterkant mag niet in beeld. Dat bleek wel uit de documentaire. Deze bedrijven hebben iets te verbergen. Terecht vraagt de journalist in de ZDF-reportage waarom het bedrijf Docdata er problemen mee heeft om met de naam in beeld te komen. “Het is ongewenst”, antwoordt de bewaker. Ja, daar hoef ik niets aan toe te voegen, dat zegt genoeg.

Ik hoop dat door het bekend maken van mijn ervaring bij Zalando de ondernemers die op een gezonde manier een bedrijf willen opbouwen nu meer kansen krijgen. Het zou in mijn ogen beter zijn als de consument zijn of haar geld uitgeeft aan een bedrijf dat kiest voor een gezonde groei dan aan een bedrijf waar het personeel enkel als noodzakelijk kwaad wordt gezien zoals bij Zalando. Wie bij dit bedrijf nog spullen koopt, is in mijn ogen ook mede-verantwoordelijk voor de wantoestanden die ik heb meegemaakt. In een snel in elkaar gedraaide persverklaring schrijft Zalando onder andere: Als jonge en snel groeiende onderneming hebben wij, in het bijzonder in de eerste jaren, in de logistiek gebruikt gemaakt van dienstverleners. In het distributiecentrum in Großbeeren kwam het in het verleden jaar tot wantoestanden die ook in de media besproken werden. Wij hebben van deze discussie geleerd en onder ogen gezien dat wij ook op de arbeidsomstandigheden bij onze dienstverleners beoordeeld worden.

Dat is wel heel veel mosterd na de maaltijd en natuurlijk volstrekt belachelijk. De eerste jaren moest er snel heel veel verdiend worden met zo weinig mogelijk personeelskosten, dat had er eigenlijk moeten staan. De eerste jaren vlogen de tientallen miljoenen euro’s namelijk naar reclamefilmpjes op televisie en wilde het bedrijf niets weten van arbeidsomstandigheden. Dat woord was taboe. In de persverklaring maakt het bedrijf goede sier door te schrijven dat het personeel nu fruit krijgt aangeboden. Dat betekent dat Zalando er dus niets van heeft begrepen en evenmin van heeft geleerd.

Ik wil geen hetze tegen het bedrijf beginnen, want dat kan alleen maar averechts werken. Bovendien heb ik ook nog andere dingen te doen. Gewoon consequent niets bij dit bedrijf bestellen is de allerbeste manier om dit soort praktijken de kop in te drukken. Ik denk dat de goede verstaander begrijpt wat ik bedoel.

P.S. Natuurlijk verheug ik me zeer als mijn artikel over Zalando in de digitale wereld wordt verspreid, zodat wellicht een andere markt op internet ontstaat. Ik ben realistisch genoeg om in te zien dat dit niet van vandaag op morgen mogelijk is. Aan de andere kant zie ik zeker kansen, want zodra gezonde bedrijven meer digitale winkelruimte innemen, heeft dit tot gevolg dat ongezonde bedrijven digitale winkelruimte moeten afstaan. Dat lijkt mij een gezonde ontwikkeling.

Onderweg

Cees Nooteboom“Cees Nooteboom over de Duits – Nederlandse verhouding”. Zo luidde de titel boven het bericht in het programmablad van cultureel centrum Bilderhaus in Gschwend. De titel was afkomstig van de organisatoren. Deze mensen hadden een interessant programma in elkaar gezet. Een lokale krant berichtte over deze bijzondere avond en deze lokale krant kondigde duidelijk aan dat de avond over de Duits- Nederlandse verhoudingen zou gaan.

Eén iemand wist echter niets van dit boeiende programma en dat was Nooteboom zelf. Dit vertelde hij al meteen aan het begin van de avond. Hij wilde niet over de Duits – Nederlandse verhouding spreken, maar over zijn nieuwe boek Brieven aan Poseidon. ‘Over die Duits – Nederlandse verhouding is al genoeg geschreven en gezegd. Het wordt vanavond geen politieke avond.’ Zo, de schrijver had gesproken. Dat sierde hem, ondanks het stille gemopper onder de aanwezigen. Niemand mopperde hardop, en terecht. De schrijver bepaalt de avond, niet de organisatie.

Voor mij was het verloop van de avond redelijk saai, want Nooteboom las ruim drie kwartier verhalen voor die ik de afgelopen dagen al had gelezen. Maar ik liet me meevoeren in zijn vragen aan Poseidon en dat beviel goed. Na afloop vroeg ik hem of hij zijn eerste gedichtenbundel De doden zoeken een huis (1956) wilde signeren. Nooteboom reageerde verrast. Natuurlijk had hij er niet op gerekend dat een Nederlander in Gschwend met zijn allereerste gedichtenbundel op de proppen zou komen. Het was het boekje dat ooit door de Nederlandse regering werd bekroond met de reisbeurs 1955.

Cees Nootebooms eerste dichtbundel "De doden zoeken een huis"

Cees Nootebooms eerste dichtbundel “De doden zoeken een huis”

Voor de liefhebbers; de oorspronkelijke titel luidde Kleine cantate van het voortdurend overlijden, aldus de tekst op de laatste pagina. Dit dunne boekje kocht ik onlangs bij de Slegte in Antwerpen, het was het allerlaatste gebruikte exemplaar.
‘Dat is ook een bekende essayist’, zei Nooteboom. ‘Leeft hij nog?’
Ik keek hem verbaasd aan. Over wie had hij het? Hij wees op de met pen geschreven naam onderaan op de eerste bladzijde; Georges Wildemeersch. Ik had die naam ook wel gezien, maar er verder geen aandacht aanbesteed. Voor mij was het de naam van de vorige eigenaar van het boekje, niet meer dan dat.
‘Toevallig dat ik juist dat boekje in handen heb’, zei ik.
‘Of misschien ook niet’, liet ik er op volgen. De dichter grijnsde.

Al met al was het zeker de moeite waard om naar Gschwend af te reizen. Zo sprak ik in de trein tussen Berlijn en Nürnberg bijvoorbeeld nog enkele uren met een kinderpsychiater uit New York. Hij was op weg naar een Volksmusikfestival in het Oostenrijkse Gmunden. We spraken over drugsproblemen van kinderen in New York City, over Cees Nooteboom, Zalando, Woody Allen, Udo Jürgens (Ich war noch niemals in New York) en nog zeker honderd andere onderwerpen. De situatie was absoluut interessant en deels ook absoluut absurd. Weken later heb ik nog tevergeefs contact gezocht met de kinderpsychiater. Misschien is hij wel in Gmunden gebleven.

Kleine update: Cees Nooteboom ontmoette ik later dat jaar in Berlijn- Hij was te gast in het Berliner Ensemble. Ook die avond legde ik vast op dit blog en wel onder de titel ‘Verhalen over vertalen‘.

Veel aandacht voor artikel over Zalando

Misstanden ZalandoRond de 20.000 “visitors” en circa 25.000 “views” trok mijn bericht over Zalando tot nu toe. Dat vermeldt althans de pagina van WordPress met de statistische gegevens, die bij dit blog horen. Mijn grote dank gaat uit naar iedereen die heeft bijgedragen om de inhoud op internet te verspreiden en/of er op een eigen website over heeft geschreven. Ik hoopte op veel aandacht, maar op zo veel aandacht had ik niet gerekend. Vooral door de aandacht van geenstijl.nl en joop.nl  was het hier aangenaam druk. Ik ben blij dat de beschreven arbeidsomstandigheden nu bij veel mensen bekend zijn,  want het blijft in mijn ogen een ernstige situatie. Nu heb ik opeens het gevoel dat ik veel meer mensen „aanspreek“ dan normaal en dat ik op mijn woorden moet letten. De werking en vooral de impact van internet blijft mij nog steeds verbazen.

Ik heb geprobeerd zo veel mogelijk te reageren op reacties. Vandaag heeft het bedrijf Docdata persoonlijk contact met mij opgenomen en aangeboden om de misstanden te bespreken. Ik ga natuurlijk op dat aanbod in, omdat ik graag zie dat er het een en ander wordt veranderd. Natuurlijk is er nu nog niets veranderd, is er alleen het eerste contact. Dat zie ik in ieder geval als een eerste positief effect. [UPDATE 24 FEBRUARI, 22:55 uur: In eerste instantie heb ik toegezegd om met Docdata om tafel te gaan zitten. Het was een spontane reactie op de dag dat ik mijn artikel publiceerde. Nadien rezen bij mij al snel de twijfels of dit wel een goed idee is. Wat heb ik daar te zoeken, wat kan ik daar bereiken en vooral, kan dit misschien tegen mij gebruikt worden, waarom ga ik met mensen om tafel zitten die verantwoordelijk zijn voor de drama’s die ik in dat magazijn heb beleefd? Kortom, ik zal morgen beleefd laten weten om bij nader inzien geen gebruik te maken van het aanbod, omdat ik de zin er niet van inzie. Als de omstandigheden verbeterd zijn, waar ik eerlijk gezegd ook mijn twijfels bij heb – de ZDF-reportage is slechts 6 maanden oud – dan zijn er genoeg wegen om dit kenbaar te maken. Ik ben daarvoor niet de aangewezen persoon]

Morgen ben ik onderweg naar Gschwend om een lezing van Cees Nooteboom bij te wonen, de schrijver die vooral dichter is en dit jaar tachtig jaar wordt. Nu denkt de lezer, waar heeft hij het nu in godsnaam over. Inderdaad, dat heeft absoluut niets te maken met mijn artikel over Zalando, maar doordat ik de helft van de dag in een trein zit, gaat het mij niet lukken om morgen snel op eventuele reacties te reageren. Nu ik mijn ervaring heb neergezet en er zo veel aandacht voor is, wil ik namelijk ook betrokken blijven bij dit onderwerp. Als ik er genoeg tijd voor kan vrijmaken, dan zou ik graag zelf de huidige stand van zaken in het magazijn van Zalando willen bekijken. Ook zou ik graag met mijn voormalige collega’s uit het magazijn willen praten. Of dat allemaal lukt, dat hangt van mijn beschikbare tijd af. Mede daarom heb ik via dit blog om aandacht gevraagd, zodat de Nederlandse media zelf dit onderwerp kunnen oppakken. Natuurlijk ben ik daarbij graag behulpzaam. Ik zou bijvoorbeeld de mensen willen spreken die ik in het artikel opvoerde. De kans is groot dat ze nog bij hetzelfde uitzendbureau werken. Destijds vertelde ik “de man van boven de 50” al dat ik hier “ooit” eens iets over zou schrijven. Ook vertelde ik hem dat ik me vaak een soort Nederlandse Günter Wallraff  voelde. Dat gevoel is na vandaag weer helemaal terug.

« Oudere berichten Recent Entries »