Category Archives: Varia

Koningsdag 2016: Nederlanders in Emden komen weer bij elkaar

KoningsdagEmdenVandaag las ik in de regionale Ostfriesen-Zeitung dat de Nederlanders in de streek Ostfriesland  weer bij elkaar willen komen. Jacob Haaksema roept al zijn landgenoten in Ostfriesland op om elkaar op woensdagavond in een restaurant te ontmoeten.

Na een ontvangst met koffie en oranje gebakjes zal er later op de avond met oranjelikeur een toost op de Nederlandse koning worden uitgebracht. De honorair consul Dr. Claas Brons van het Nederlands consulaat in Emden houdt die avond een welkomstrede.

In 1923 werd in Emden de Nederlandse vereniging ‘Eendracht’ opgericht. Door het teruglopend aantal leden viel elf jaar geleden het doek. De ‘Eendracht’ haalde al voor de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse Sinterklaas naar Emden, die nu nog ieder jaar met zijn schip in de haven van Emden aanmeert.

Initiatiefnemer Jacob Haaksema woont sinds 2012 in Emden. Tien jaar na de opheffing van ‘Eendracht’ wil de 68-jarige gepensioneerde uit Rotterdam de Nederlandstalige inwoners van Emden en omgeving bij elkaar brengen. “In Rotterdam had ik niks meer te zoeken”, zegt hij in het krantenbericht. Haaksema is een overtuigde Europeaan die als financieel adviseur en medewerker van een Europese volksvertegenwoordiger veel om de wereld reisde. De Nederlandse honair consul in Emden ondersteunt Haaksema’s idee.

De eerste ontmoeting is niet toevallig op 27 april gepland. Tijdens de bijeenkomt in Emden zal alles oranje zijn. De gasten krijgen  oranje gebakjes en oranjelikeur geserveerd. “Zoals de traditie in Nederland,” aldus Jacob Haaksema in de Ostfriesen-Zeitung van donderdag 21 april 2016.

Oranje bijeenkomst Emden
Woensdag 27 april
Restaurant In ’t Gulf (Emden-Widdelswehr)
Aanvang: 19:30 uur
Begroeting honorair consul: 20:30 uur

Franz Kafka – Der Aufbruch (D) / Het vertrek (NL)

‘ik zei het toch: “weg van hier” – dat is mijn doel.’

Het vertrek
Ik beval mijn paard uit de stal te halen. De knecht verstond mij niet. Ik ging zelf naar de stal, zadelde mijn paard en besteeg het. In de verte hoorde ik trompetgeschal, ik vroeg hem wat dat betekende. Hij wist van niets en had niets gehoord. Bij de poort hield hij mij tegen en vroeg: ‘Waarheen rijdt de heer?’ ‘Ik weet het niet’, zei ik, ‘alleen weg van hier, alleen weg van hier. Aldoor weg van hier, alleen zo kan ik mijn doel bereiken.’ ‘Je kent dus je doel’, vroeg hij. ‘Ja’, antwoordde ik, ‘ik zei het toch: “weg van hier” – dat is mijn doel.’ ‘Je hebt geen proviand mee’, zei hij. ‘Dat heb ik niet nodig’, zei ik, ‘de reis is zo lang, dat ik moet verhongeren als ik onderweg niets krijg. Geen proviand kan mij redden. Het is gelukkig een werkelijk ontzaglijke reis.’

Der Aufbruch
Ich befahl mein Pferd aus dem Stall zu holen. Der Diener verstand mich nicht. Ich ging selbst in den Stall, sattelte mein Pferd und bestieg es. In der Ferne hörte ich eine Trompete blasen, ich fragte ihn, was das bedeutete. Er wusste nichts und hatte nichts gehört. Beim Tore hielt er mich auf und fragte: ‘Wohin reitet der Herr?’ ‘Ich weiß es nicht’, sagte ich, ‘nur weg von hier, nur weg von hier. Immerfort weg von hier, nur so kann ich mein Ziel erreichen.’ ‘Du kennst also dein Ziel’, fragte er. ‘Ja’, antwortete ich, ‘ich sagte es doch: “Weg-von-hier” – das ist mein Ziel.’ ‘Du hast keinen Eßvorrat mit’, sagte er. ‘Ich brauche keinen’, sagte ich, ‘die Reise ist so lang, daß ich verhungern muß, wenn ich auf dem Weg nichts bekomme. Kein Eßvorrat kann mich retten. Es ist ja zum Glück eine wahrhaft ungeheure Reise.’

Komm mit, komm mit!!

slaIk kijk opzij om te zien wie daar roept. Naast me staat een oudere man in trainingspak, grijze baard, wel sportief en misschien verschillen we niet eens zo veel van leeftijd. Als ik tachtig ben zal ik hem waarschijnlijk nog steeds als oudere man bestempelen. In een paar seconden tijd schiet er van alles door m’n hoofd. Wat wil die man, is er iets ergs gebeurd, waarom moet ik mee? Ik rust gewoon even uit, omdat ik buiten adem ben. Mijn conditie was vorig jaar een stuk beter.
‘Ik ken dat’, zegt hij, natuurlijk in het Duits. We zijn immers in Duitsland en wel op het bospad langs de prachtige Schlachtensee. Hier jogde ik precies vijf jaar geleden ook, omdat mijn eerste kamer in Berlijn een paar honderd meter van dit meer verwijderd lag. Later ben ik stadinwaarts getrokken, omdat Zehlendorf niet het culturele en bruisende Berlijn weerspiegelde wat ik voor ogen had. Op een zonnige zaterdag als deze rij ik ’s ochtends vroeg graag met de auto vanuit Kreuzberg naar de Schlachtensee om een rondje te joggen.
‘Het is gemakkelijker als je met meer mensen loopt’, zegt de man. We lopen in een rustig tempo verder en ik denk ‘dit ik heb nog nooit meegemaakt’.
‘Handig, zo’n takeldienst’, zeg ik.
‘Alleen is het veel moeilijker. Ik ken het. Ik heb een tijd niet meer gelopen en als je dan begint wil je vaak meer dan je kan.’
Kan de man mijn gedachten lezen? Ik heb ook al langere tijd niet meer gejogd en ben vorige week begonnen, ook op zaterdagochtend, ook langs de Schlachtensee. Net als toen stond ik ook vanochtend rond kwart over zeven al in een mega grote Edeka-supermarkt hier in de buurt om boodschappen te doen. Ik ken de zaak van vroeger. Heerlijk rustig op je gemak de ingrediënten voor een lekkere maaltijd inslaan, in alle rust een flesje wijn uitzoeken en dan na een rondje joggen door de natuur weer fit naar huis.
‘Ik had het aan mijn knie. Daardoor moest ik het een tijdje rustig aan doen, maar het gaat veel beter. Ik moet het in de gaten houden. M’n knieschijf.’
Er schieten een paar honderd vragen door mijn hoofd die ik de man zou kunnen stellen, want ik weet helemaal niets over hem. Ja, dat hij het aan zijn knie heeft en dat het iemand is die joggers op sleeptouw neemt als hij ziet dat ze buiten adem zijn. Ondanks deze zonnige ochtend doemt er een beeld op van de Elfstedentocht. De laatste kilometers op het ijs, ik zit er helemaal doorheen en dat komt er iemand langs die spontaan besluit een handje te helpen, een steuntje in de rug te geven.
‘Als je zo praat, dan loop je vanzelf. Die ervaring heb ik opgedaan. In je eentje lopen is veel zwaarder. Ik loop wel eens met vrienden en dan praten we over van alles en nog wat. Voor je het weet heb je een ronde gelopen en het leukste is, je bent dan nog niet eens moe.’
Ik denk hierover na, want ik wil juist bewust alleen lopen, de confrontatie met mezelf aangaan. Die babbelende joggers vind ik maar lapzwansen die niet op eigen kracht kunnen lopen. Ik zeg niets, want ik voel dat ik nu veel gemakkelijker loop dan voorheen in mijn eentje.
‘Dagelijks een rondje?’, vraag ik om het gesprek gaande te houden en de keuze van een aanspreekvorm te ontwijken.
‘Nee, één keer in de week of twee weken.’
‘Ah, ik ook. Elke week. In woon weliswaar in Kreuzberg, maar ik ken de omgeving hier nog.’
Heb ik teveel gezegd? Hoeveel informatie geef je over jezelf prijs in het gezelschap van iemand die je niet kent, maar die je enkel op sleeptouw neemt?’
‘Deze ondergrond, de natuur, het uitzicht, het is de moeite waard hier naartoe te gaan. De natuur speelt ook een belangrijke rol.’
‘Ik loop hier liever dan op Tempelhofer Feld’, zeg ik.
‘Na, klar.’
Het is weer even stil.
‘Ik neem je mee tot Fischerhütte, dan moet ik verder naar Krumme Lanke, daar kom ik vandaan.’
Ik ken het restaurant Fischerhütte als geen ander. Vanaf daar jog ik langs de andere kant van de Schlachtensee weer terug, een soort keerpunt.
‘Hartelijk dank voor de lift’, roep ik. ‘Ik ga hier naar links.’
‘Iets langzamer, je loopt weer iets te snel.’
Heel even denk ik, man-man-man, dat maak ik zelf wel uit, maar hij heeft gelijk. Ik loop alweer als een bezetene en neem wat gas terug.
‘Bedank voor de tip, tschüs!’
Het tweede deel van mijn rondje joggen begint.
‘Komm mit, komm mit’, hoor ik de man nog zeggen. Ik zou zelf nooit op het idee gekomen zijn om iemand die tijdens het joggen even pauzeert aan te spreken en op sleeptouw te nemen. Vele gedachten vliegen door mijn hoofd en belemmeren een ontspannen manier van joggen. Heel kort las ik een pauze in en loop in een normale wandelpas. Dan hoor ik – dit keer alleen in m’n hoofd – weer iemand zeggen ‘komm mit, komm mit!’ Ik jog alweer. De zon lijkt warmer dan voorheen en in een rustig looptempo voel ik hoe de energie door mijn lichaam stroomt. Net als vorige week is ook dit weer een heerlijk begin van een zonnige zaterdag. Morgenochtend ga ik weer, want wie rondom de Schlachtensee jogt maakt altijd wel iets mee. Ik herinner me dat ik eerder een column heb geschreven n.a.v. een rondje joggen op deze plek. Mijn herinnering blijkt juist te zijn. In 2012 schreef ik ‘Het zou verboden moeten worden‘ n.a.v. een rondje joggen langs de Schlachtensee en in 2013 ‘Verslaafd‘. Het wordt tijd voor een bundel Schlachtensee columns. Morgen weer op pad!

« Oudere berichten Recent Entries »