Category Archives: Varia

Een nieuwe wereld

titelHet is wel heel bijzonder om mee te maken, dat een moeder haar kind bij de arm neemt en bij mij vandaan trekt als ik vriendelijk ‘hallo’ zeg. Andere voorbijgangers versnellen hun pas als ze zich bij mij in de buurt bevinden. Ik zie ook een vrouw die druk telefoneert maar wel van grote afstand al ziet waar ik mee bezig ben. Ze loopt zeer opvallend met een heel grote boog om mij heen, alsof ik van ben haar te laten struikelen, de telefoon uit haar hand te graaien, of haar op een andere manier lastig te vallen. Ik voel me eenzamer dan ooit, uitgestoten door de maatschappij. Niemand wil meer iets met mij te maken hebben. Een vriendelijk glimlachje mijnerzijds werkt averechts. Hierdoor zetten de mensen het op juist op een lopen. Het is een nieuwe wereld, die ik zojuist heb betreden.

Dit is de hel, denk ik, terwijl een groepje jongeren mij uitscheldt voor gore smeerlap. Het doet me nu al niks meer. Ik voel me bedwelmd. Het gevoel dat een verdoving van de tandarts in je kaken teweeg brengt, voel ik nu over mijn hele lichaam. Heel even overweeg ik zelfs me over te geven aan deze slachtofferrol, want zo voelt het. Alsof je het niet hebt gered in het leven en je nu voor straf aangewezen bent op het graaien in prullenbakken, op zoek naar iets eetbaars, de laatste kruimels in een verfrommelde chipszak of een paar druppels bier in een samengeknepen stuk blik.

‘Goedemiddag mijnheer, wat zijn wij hier aan het doen?’ Twee jonge agenten kijken mij streng aan. In mijn rechterhand voel ik het vochtige klokhuis van de appel die ik in deze bak had gesmeten en – godzijdank – het treinkaartje dat eraan vast kleeft. Eindelijk! Ik trek mijn hand uit de prullenbak en hou mijn treinkaartje omhoog. ‘Heren, ik zocht mijn treinkaartje. Tegelijk met een klokhuis in de prullenbak gegooid. Zulke dingen gebeuren nu eenmaal. Ik wens u een aangename dag’ , zeg ik en loop voldaan verder, de oude wereld tegemoet.

Bijdrage Schrijverspunt

Vervolg “Het spel des levens”

AvG's avatarBlog Allard van Gent

ego - word in letterpress typeKritiek op het kapitalisme zorgt in Duitsland voor heftige debatten: in zijn boek „Ego – het spel des levens“ schetst Frank Schirrmacher het scenario van een geëconomiseerde maatschappij, die zich compleet onderwerpt aan de wetten van de financiële markten. In het tijdperk “Homo oeconomicus” speculeert iedereen onder alle levensomstandigheden egoïstisch op eigen gewin, zegt de mede-uitgever van het Duitse dagblad “Frankfurter Allgemeinen Zeitung“. Zijn we enkel nog speelballen van het kapitalisme: egoïstisch, manipuleerbaar en berekenbaar door data-imperia zoals Google en Facebook? Is de politiek slechts nog machinerie van de markten? En gaat er van deze ontwikkeling een gevaar uit voor onze democratie? Het zijn de inleidende woorden die ik las als inleiding bij een talkshow, waarin het genoemde boek en de auteur centraal staan.

Eerder op dit blog schreef ik al dat dit boek mijn aandacht trok. Waarom? Het behandelt een thema waarbij het ouderwetse links – rechts…

View original post 459 woorden meer

‘Alles wat we destijds hebben opgebouwd is eigenlijk allemaal voor niets geweest’

‘Of de muur op die manier niet weer opnieuw wordt opgebouwd?’, vraag ik. Ze kijkt me aan. Een kleine dame, ik schat haar ongeveer 75 jaar. ‘In de hoofden’, voeg ik eraan toe. Ze knikt voorzichtig, ernstig. ‘In de hoofden wordt de muur weer opgebouwd, dat kun je inderdaad zo zien’, zegt ze.

Mijn vraag is eerder een conclusie dan een vraag. Het is een conclusie die ik uit het onverwachte gesprek met deze dame trek. We spraken elkaar direct voor de Mühlendamm-sluizen, op steenworpafstand van de Nederlandse ambassade. Ik wachtte hier, omdat ik een kwartier te vroeg was om in de ambassade mijn paspoort te verlengen. De dame had ik wel zien staan, maar dames staan overal. Mijn aandacht ging uit naar de sluizen. In het midden van de sluizen was namelijk een man aan het werk. Als een razende reporter aarzelde ik niet en nam meteen een paar foto’s. Terwijl ik fotografeerde sprak ze mij aan en vertelde ongevraagd iets over de historie van de sluizen. Mijn accent verraadde mijn afkomst.

“Ik was van plan daar iets te eten”, vertelde ze en wees naar het gebouw naast de ambassade.
“Uw collega’s eten daar altijd”, voegde ze eraan toe.
Ze verkeerde duidelijk in de veronderstelling dat ik een ambassademedewerker was.
‘Nee, ik werk daar niet. Ik moet er wel naar binnen, maar alleen om een paspoort te laten verlengen. Ik woon in Kreuzberg, ik werk hier als vertaler en journalist en fotografeer de sluizen’, legde ik haar uit.
‘Die sluizen zijn namelijk regelmatig kapot. Rondvaartboten keren vaak noodgedwongen rechtsomkeert vanwege die problemen”, vertelde ik en putte informatie uit mijn recente ervaring in een Berlijnse rondvaartboot tijdens een dagje toevalleren.

Kreuzberg, daar kwam deze dame vroeger niet zo graag. En nog steeds niet. Dat was immers West-Berlijn. Zij kwam uit deze buurt,  hier, in het voormalige Oost-Berlijn. Dit was haar wereld, net als die van haar man, een jurist. Beiden studeerden ze in Dresden. Dat wilde ze wel kwijt.
‘Ja, ik kom uit de DDR’, zei ze toen.
Nu ik drie jaar in Berlijn woon en werk heb ik de nodige ervaring met dit soort situaties. Het leek alsof de dame een bekentenis aflegde, dat ze toegaf een voormalige inwoonster van de DDR te zijn. Ik vertelde haar dat ik als Nederlander natuurlijk heel anders tegen de Oost-West situatie aankijk dan de gemiddelde Duitser. Eigenlijk wilde ik zeggen dat ze zich daarvoor niet hoefde te schamen, maar als ik dat zou zeggen, dan zou mijn commentaar juist zeer vernederend zijn. Vandaar dat ik koos voor mijn versie dat ik het als buitenstaander anders waarneem dan een Duitser. Dat was ook een oprechte versie.

‘Alles wat we destijds hebben opgebouwd is eigenlijk allemaal voor niets geweest’

Ze wees naar een brug en vertelde over de vakbond die er in de DDR periode vlakbij gehuisvest was.
‘Alles wat we destijds hebben opgebouwd is eigenlijk allemaal voor niets geweest’. Haar ogen konden een treurige blik niet verbergen. Ze had geen heimwee naar de DDR, maar ze verkeerde in een situatie waar ze volgens mij niet zo goed raad mee wist. Ik stelde zo en dan wat vragen, omdat ik meer wilde weten. Hoewel ik geen opname-apparatuur bij me had, leek ons samenzijn opeens op een intiem interview. Ik liet haar weten dat ik me haar situatie goed kon voorstellen. Ze stond hier immers in een gebied waar een groot deel van haar leven zich afspeelde. Dit was ooit haar wereld. Hier lagen haar momenten van groot en klein plezier, van groot en klein verdriet, van levenslust, van toekomstplannen, van de liefde voor haar toekomstige man. In dit gebied lag de kern van haar bestaan en dit gebied was weg, bestond alleen nog in haar hoofd. De muur was gevallen. En nee, ze betreurde de val van de muur zeker niet. De gewonnen vrijheid was onbeschrijfelijk.

Maar toch was er iets wat ze niet kon thuisbrengen, wat ze nauwelijks onder woorden kon brengen. Samen waren we het erover eens dat de gigantische aandacht voor de Val de Muur meer op de mensen, op het volk zou moeten liggen. Zijn de idealen van één Berlijn, één Duitsland, daadwerkelijk verwezenlijkt? Zou er niet meer aandacht moeten uitgaan naar het gevoel dat de voormalige DDR-inwoners nu hebben en minder naar de politici die trots terugkijken op hun goede daden? Natuurlijk speelden de politici een essentiële rol, dat staat buiten kijf. Maar waarom krijgt het volk 25 jaar na de val van de muur nu niet eens alle aandacht? Hoe gaan de Oost- en West-Berlijners met elkaar om? Is er nog steeds verdeeldheid en zo ja, wat kun je daaraan doen? Wat gaat er in de hoofden van die mensen om, zijn ze in staat met hun gemengde gevoelens om te gaan? En zo eindigde ik met de vraag of door alle media-aandacht voor de Berlijnse Muur de Muur niet opnieuw wordt opgebouwd, in de hoofden…

Het was een aandoenlijk gesprek, althans, voor mij. De dame liep met me mee richting de ingang van de ambassade. Ze wilde verder praten en ik moest naar mijn afspraak, want ik had een paspoort nodig. Het liefst was ik met haar gaan eten in het gebouw naast de ambassade en had ik verder geluisterd naar haar leven in deze bijzondere stad.

Voor de deur van de ambassade vertelde ik dat ik nu echt naar binnen moest.
“Gaat u maar, u moet maar binnen”, zei ze vriendelijk maar de verdrietige ondertoon raakte me. Iemand van de bewakingsdienst opende de deur van het kantoor voor consulaire zaken. Ik keek haar nog even aan, de dame met zo veel herinneringen, zo veel vragen en zo veel zin hier ook eens met anderen over te kunnen praten. Toen liep ik naar binnen, in een ruimte vol camera’s, spiegels en gesloten deuren.  Daarover een andere keer meer.

« Oudere berichten Recent Entries »