Author Archives: AvG

Scheveningen aan de Wannsee

Max Liebermann

Max Liebermann

Gedateerd: Dit artikel schreef ik in april 2011 in Berlijn n.a.v. een expositie. Ik woonde net een paar weken in de Duitse hoofdstad. De tekst verscheen nergens en hoopt nu op deze plek alsnog enkele lezers te vinden.

De zomerexpositie ‘Max Liebermann aan zee’ laat met meer dan 40 schilderijen, pastellen en grafieken de veelzijdigheid van de beroemde Duitse kunstschilder zien. Aan de Nederlandse kust met haar lichte zandstranden, het doordringende licht en de vele badgasten opende zich voor Liebermann eind 19e eeuw een compleet nieuwe motievenwereld. Deze tot nu toe grootste speciale expositie in de Liebermann Villa in Berlijn is nog tot 15 augustus te bewonderen.

In de zomer van 1872 reisde de 25-jarige Max Liebermann voor de eerste keer naar Nederland. Tot aan zijn 67-ste, het einde van de Eerste Wereldoorlog, is hij jaarlijks gedurende de zomermaanden in Nederland te vinden. De eerste jaren bezocht hij vooral de kustplaatsen Scheveningen, Katwijk en Noordwijk. Op zijn schilderijen is dan echter nog geen korrel zand of druppel zeewater te zien. Het duurt 20 jaar voordat hij al deze indrukken van de kust op het canvas vastlegt. Liebermann raakte in Nederland ook onder de indruk van de mensen die zwaar werk verrichtten, maar niet op een sentimentele of geïdealiseerde manier. Daarnaast schilderde hij ook graag kinderen, die in hun eigentijdse wereldje leefden.

In Laren schilderde Liebermann het landleven, de straatjes, de ambachtslieden. Hij bezocht Amsterdam, Delden , Dongen en Haarlem. Daarnaast was hij een verdienstelijk portretschilder, die net als Claude Monet, Jacobus van Looy en Isaac Israëls ‘postuum’ leerling werd van Frans Hals. Er is één schilderij uit zijn Nederlandse beginperiode waar een stukje zee in te zien is, namelijk het schilderij ‘Zwembad’. Max Liebermann probeerde hier iets uit dat leek op het werk van de genreschilders. Hij wilde bepaalde typen idealiseren. Het schilderij maakte hij destijds af in zijn atelier in Berlijn. Ontevreden over het resultaat rolde hij het doek op en knipte het later ook nog in stukken. Toevallig kwam het in handen van een verzamelaar die het liet restaureren. Het schilderij , dat 20 jaar vóór zijn zee-schilderijen ontstond, hangt nu ergens in Dallas. Het stukje zee dat op het schilderij te zien is werd er later bij de restauratiewerkzaamheden aan toegevoegd.

Pas in 1889 komt Liebermann als kunstschilder in de buurt van de zee met zijn schilderij ‘De branding’. Vanaf dat jaar begint een periode waarin de Berlijnse schilder zich toelegt op het schilderen van het strandleven met schilderijen als ‘Strand van Scheveningen'(1900), ‘De badende knapen (1902/1904)’, ‘Strandscene in Noordwijk’ (1908) en ‘Ruiter op strand’ (1911), om er maar een paar te noemen.
Liebermann was niet de eerste kunstenaar die Scheveningen schilderde. Het typische landschap werd al eerder op verschillende manieren uitgebeeld. Hij kon kiezen uit de romantische stijl, de salonschilderkunst of de genreschilderkunst in de lijn van Rudolf Jordan (Heiratsauftrag auf Helgoland). Liebermann kon zich aansluiten of afwenden. Hij koos voor het laatste en streefde naar een eigen, authentieke weergave van de natuur. De hemel en de zee gaf hij weer in diverse kleuren, in geel, in groen, in grijs, gewoon in de kleur die hij op dat moment waarnam. Een weergave volgens zijn impressie.

De bijzondere expositie in zijn voormalige zomerverblijf aan de Wannsee geeft een mooi beeld van Liebermanns overgang van het realisme naar het impressionisme. Zijn eerste strandschilderij ‘Badende knapen’ laat zien dat hij zich nu direct op het landschap toelegt en de context met de visserij vaarwel zegt. Daarnaast schildert hij graag de verschillende sociale klassen; de eenvoudige visserjongens die naakt de zee in springen met op de achtergrond de gegoede klasse, die zich in de typische strandkorven ophoudt.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam er een einde aan Liebermanns reizen naar Nederland. Hij was 70 jaar en een man op leeftijd,  zeker in die tijd. Hij liet een villa aan de Wannsee bouwen, om daar voortaan zijn zomers door te brengen en vooral veel te schilderen. Een deel van deze vooral ‘groene schilderijen’ zijn behalve in de vaste collectie in de Liebermann-Villa am Wannsee ook te bewonderen tijdens de expositie ‘Lieberman, Wegbereiter der Moderne’ (Liebermann, pionier van de Modernen), die tot 11 september in de Bundeskunsthalle in Bonn te zien is.

De expositie “Max Liebermann aan zee” laat zien welke motieven bijzonder veel indruk maakten op de schilder en neemt je mee naar de bijzondere atmosfeer die de Nederlandse kustplaatsen destijds uitademden. Naast talrijke schilderijen, pastellen en grafieken uit particuliere en openbare verzamelingen zijn er werken geleend uit het staatsmuseum in Berlijn, het Wallraf-Richartz museum in Keulen, het museum Würth Künzelsau en het museum Kunst der Westküste Föhr.


Expositie „Max Liebermann am Meer“
17 april – 15 augustus 2011
Colomierstrasse 3
14109  Berlijn
http://www.liebermann-villa.de
Dinsdag gesloten, andere dagen van 10:00 – 18:00 uur, donderdag van 10:00 – 20:00 uur
Op feestdagen geopend.  Toegang 6 euro (kinderen tot 14 jaar gratis)


Max Liebermann beleefde de opkomst van het nationaal socialisme in Duitsland. Hij was getuige van de steeds grimmig wordende sfeer in de maatschappij.  Toen in januari 1933 de Nationaal Socialisten in Duitsland aan de macht kwamen, marcheerden de nieuwe machthebbers langs zijn huis nabij het Brandenburger Tor in Berlijn. Liebermann sprak toen, in onvervalst Berlijns accent,  de vaak geciteerde woorden: “Ik kan niet zo veel eten als dat ik nu  kotsen moet (Ich kann gar nicht so viel fressen, wie ich kotzen möchte). Twee jaar later stierf hij. Acht jaar daarna werd zijn 85-jarige vrouw uit haar bed gelicht om afgevoerd te worden naar een concentratiekamp. Enkele uren voordat de politie haar wilde afhalen pleegde ze zelfmoord in de woning in Berlijn. Op de muur van het huis aan de Pariser Platz is een gedenksteen ter nagedachtenis aan Martha Liebermann aangebracht.

Kasteel Anholt – prachtige ambiance in het grensgebied

mu

In gesprek met Duco van Krugten, museumdirecteur van kasteel Anholt

Op 23 mei 1991 ondertekenden de Nederlandse ministers Van den Broek en Dales samen met hun Duitse collega’s Schröder, Rau en Genscher het Verdrag van Anholt in kasteel Anholt. Op deze historische plek spreek ik met de Nederlandse museumdirecteur Duco van Krugten, die sinds 1974 de scepter zwaait over het archief, de bibliotheek en de vele kunstschatten van het vorstenhuis “zu Salm-Salm”.

De heer van Krugten groeide op in de omgeving van Doorn, in het midden van Nederland. Na zijn middelbare schooltijd studeerde hij in Utrecht. Tijdens zijn studie droeg hij de rechts-geschiedenis een warm hart toe. Via- via kwam hij in contact met het Duitse vorstenhuis zu Salm-Salm. De vorst zocht een archivaris voor de ontsluiting van zijn archieven en kunstschatten. “Hij had in 1966 al een museum in zijn kasteel ingericht. In 1974 heb ik toen al de wetenschappelijke leiding overgenomen”, aldus Duco van Krugten.

Beheer
Ondertussen werkt Van Krugten alweer 23 jaar samen met de zoon van de toenmalige vorst. Ze beheren het museum met het park en het prachtige hotel in het voorgebouw. Duco van Krugten: “Aangrenzend ligt de golfclub. Dat deel hebben we verpacht, net als het daarachter liggende Klein Zwitserland (Anholter Schweiz). Dat is een wildpark van 70 hectare waar inheemse diersoorten worden getoond. Wij hebben dat park, dat jaarlijks 80.000 bezoekers trekt, ook verpacht. Het zijn goede buren. Kasteel Anholt is de grootste trekpleister met meer dan 100.000 bezoekers per jaar. De helft van de bezoekers komt uit de grensstreek, de Achterhoek en Gelderland.”

Kunstschatten
Het museum heeft een vaste expositie met diverse kunstschatten zoals porselein, wandtapijten uit 1705, een gedekte tafel met een 26-delig servies van de KPM (Königlichen Porzellan-Manufaktur Berlin), glazen van de beroemde Weense glasfabrikant Lobmeyr en schilderijen van onder andere Hollandse meesters. Het paradepaardje van het museum is het schilderij van Rembrandt van Rijn. Duco van Krugten: “Het is de enige Rembrandt in Nordrhein- Westfalen en de enige Rembrandt in Duitsland in privébezit. Dat is nogal wat.” Daarnaast herbergt het museum een privébibliotheek van de vorsten zu Salm-Salm met meer dan 8.000 banden.

Parktuinen
De tuinen van Anholt bestaan uit drie baroktuinen en het landschapspark. In het seizoen, dit gaat van start als in Nordrhein – Westfalen de schoolvakantie begint, kiezen veel mensen voor een bezoek aan het museum én het park. Duco van Krugten: “Buiten dit zomerseizoen zijn we alleen op zondag geopend. Maar op afspraak zijn we altijd open. Je betaalt dan iets meer, maar dat is voor groepen vaak geen probleem. De mensen krijgen dan een persoonlijke rondleiding. De gast kan ook aangeven dat hij bijvoorbeeld alleen geïnteresseerd is in de schilderijen of alleen in het porselein. Dan houden we rekening met die wensen”.

Landschap
We spreken over de mooie en minder mooie stukken land in het grensgebied. Anholt zelf telt drie monumenten, te weten het kasteel, de kerk en het oude raadhuis. “De rest in dit gebied is helaas een zooitje”, vertelt Duco van Krugten, die vindt dat het Duitse Denkmalschutz een voorbeeld kan nemen aan de Nederlandse Monumentenzorg. “In Nederland is dat allemaal veel beter geregeld. Ga je hier de grens over, dan zie je oude boerderijen. De mensen hier leven binnen met alle comfort maar laten het buiten vaak verslonzen. Dat is jammer. In de Nederlandse Achterhoek, wat ik één van de mooiste streken van Nederland vind, steken de mensen elkaar aan om bijvoorbeeld luiken aan te brengen, een prachtige tuin aan te leggen, terwijl ze helemaal niet van die grote tuinen hebben. Maar het ziet er keurig uit. Daardoor heeft het ook meer waarde. In deze streek, in Münsterland, hebben we dus een hele lelijke buitenomgeving. Bij de Nederrijn is het idem dito. We hopen hier dat de mensen elkaar aansteken en inzien dat het de moeite waard is om het huis op te knappen en de omgeving een beetje op te ruimen. Dat de mooie omgeving niet alleen beperkt blijft tot de prachtige stadskern van Münster, Xanten en Kalkar. Dat is prachtig. Maar dat was het dan ook. Godzijdank zijn ze op dat gebied in Nederland veel strenger”.

Beatrix
Er zijn hier nogal wat raakvlakken met Nederland aan te treffen. Eén van de raakvlakken staat in het restaurant. Het is een buste van prinses Beatrix. “Die staat daar niet voor niks”, vertelt Duco van Krugten. “Zij was hier ook op bezoek, samen met Prins Claus von Amsberg. Destijds openden zij de autobaan 57 tussen Nijmegen en Krefeld. Daarna hebben ze hier geluncht. Ze landden met een helikopter in het park. De vorst besloot om een buste van de koningin neer te zetten, als een welkom tegenover de Nederlanders. Daarmee geeft hij ook aan dat hij de
Nederlanders welgezind is.”

Dit artikel verscheen eerder in DuitslandMagazine 7 (www.duitslandmagazine.com is niet meer online)

Else Otten Übersetzerpreis 2014 voor Bettina Bach en Rainer Kersten

Literarisches Colloquium Berlin, Juni 2008. FOTO:© Tobias Bohm/LCB

Literarisches Colloquium Berlin, Juni 2008. FOTO:© Tobias Bohm/LCB

De jury van de Else Otten Übersetzerpreis heeft besloten de prijs voor 2014 toe te kennen aan twee vertalers: Bettina Bach voor haar vertaling van Hotel Linda van Arjan Visser, in februari 2014 verschenen als Der blaue Vogel kehrt zurück bij Deutscher Taschenbuch Verlag in München, en Rainer Kersten voor zijn vertaling van De laatkomer van Dimitri Verhulst, in april 2014 verschenen als er Bibliothekar, der lieber dement war als zu Hause bei seiner Frau bij Luchterhand Verlag in München.

Bettina Bach heeft, naast veel kinder- en jeugdboeken, werk vertaald van onder anderen Armando, Jan Siebelink, Vrouwkje Tuinman en Tommy Wieringa. De jury prijst haar vloeiende vertaling van Hotel Linda en de manier waarop ze, soms met kleine aanpassingen, de ironie en de humor van het oorspronkelijke werk heeft weten te behouden.

Rainer Kersten heeft een groot aantal Nederlandse en Vlaamse literaire werken vertaald, naast vele toneelstukken. Tot zijn ‘vaste’ auteurs behoren Arnon Grunberg, Tom Lanoye, Peter Verhelst en Dimitri Verhulst. De originele, onconventionele taal die Verhulst, zoals in al zijn werk, in De laatkomer hanteert, heeft volgens de jury in de Duitse vertaling van Kersten een volstrekt gelijkwaardig equivalent gevonden.

Met de Else Otten Übersetzerpreis bekronen het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren elke twee jaar de beste Duitse vertaling van een Nederlandstalig boek. Het prijsbedrag is 5.000 euro en de prijs zal op 3 februari 2015 worden uitgereikt bij het Literarisches Colloquium Berlin, dat de prijs samen met het Nederlandse en Vlaamse fonds organiseert.

Het initiatief voor Else Otten Übersetzerpreis werd in 2000 genomen door het Nederlands Letterenfonds en het Literarisches Colloquium Berlin. De prijs wordt gefinancierd door het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren. Eerdere winnaars waren Gregor Seferens, Marlene Müller-Haas, Helga van Beuningen, Hanni Ehlers, Waltraud Hüsmert, Andreas Ecke en Christiane Kuby.

Twee jaar geleden won Christiane Kuby de Else Otten Übersetzerpreis voor haar vertaling van Godenslaap, de roman van de Belgische schrijver Erwin Mortier, die in 2009 in Nederland met de AKO-literatuurprijs werd bekroond. Ik was destijds aanwezig in de Berlijnse Volksbühne en schreef een verslag van die avond op dit blog. Op 3 februari zal ik naar het Literarisches Colloquium Berlin afreizen en vervolgens een bericht over de uitreiking van de Else Otten Übersetzerpreis 2014 schrijven.

Wie meer wil weten over het Literarisches Colloquium Berlin is hier op de juiste plek. Naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van het LCB schreef ik in 2013 het stuk 50 jaar literair landgoed aan de Wannsee.

« Oudere berichten Recent Entries »