Author Archives: AvG

Belgische bijdragen aan 7e poëziefilmfestival in Berlijn

film2014Morgenavond om 20:00 uur gaat in het Berlijnse filmhuis Babylon het 7e Poetry Film Festival van start. Dit is het grootste, internationale platform voor korte films, die op gedichten zijn gebaseerd. Deze creatieve uitwisseling vindt om de twee jaar plaats. Een internationale jury bepaalt wat uiteindelijk de beste poëziefilms zijn. Dit jaar bestaat de jury uit Cornelia Klauß,  Alice lyons en Michael Roes.

Jury
Eerstgenoemde was lange tijd programmaleidster van filmhuis Babylon en is lid van de selectiecommissie van het internationale korte filmfestival Oberhausen en het documentairefestival DOK-Leipzig. Ze is auteur voor radiofeatures, dramaturge voor documentaires en uitgeefster van politieke reisboeken. Daarnaast levert ze journalistieke bijdragen voor zitty, taz, SFB en RIAS.

Alice Lyons is een dichteres en filmmaakster uit Paterson/New Jersey. Zowel haar gedichten als haar poëziefilms verschenen wereldwijd in bioscopen en galerieën. Haar poëziefilm The Polish Language (2009) ontving vele prijzen en waarderingen bij filmfestivals. Ze woont in het Ierse Sligo en werkt als freelance redactrice en curatrice.

Michael Roes is schrijver, dichter, dramaturg en filmmaker. Hij werkte als regie- en dramaturgassistent bij de Schaubühne Berlin en als gastprofessor in Boedapest. Voor zijn romans ontving hij in 1997 de literatuurprijs van de stad Bremen, voor zijn werk in 2006 de Alice Salomon Poetik Preis.

Taatske Pieterson
Het tweejaarlijkse Poetry Film Festival ging in 2002 van start. Onder de winnaars tot nu toe bevindt zich één Nederlandse inzending, afkomstig van kunstenares en filmmaakster Taatske Pieterson (1978), afgestudeerd aan de afdeling VAV van de Gerrit Rietveld Academie. In 2006 won ze met haar film One Person/Lucy de prijs voor experimentele filmpoëzie, geschonken door het Goethe-Institut.

Belgische bijdragen
Dit jaar ontving de organisatie van het festival 770 inzendingen uit 70 landen. De programmacommissie koos uiteindelijk 29 films, waaronder twee Belgische producties. Dat bewijst weer eens hoe cultureel België dezer dagen internationaal aan de weg timmert. De eerste Belgische bijdrage is afkomstig van Paul Bogaert, de Vlaamse dichter die dit jaar de Herman de Coninckprijs in de wacht sleepte en experimenteel filmmaker Jan Peeters. Hun stuk heet BACTERIA en behelst 2 gedichten. Het eerste gedicht onzekerheden 12 is van Paul Bogaert en afkomstig uit de bundel ‘Ons verlangen’, in 2013 uitgegeven door de Bezige Bij.

Het tweede gedicht ‘Een twee drie emmers…’ is nog niet eerder gepubliceerd. De Franstalige Belgische Émilie Mercier toont een 15 minuten durende animatiefilm van het gedicht Le lai du Bisclavret, geschreven door Marie de France (1154-1189), de eerste bekende Franse dichteres.

Bij de officiële opening van het festival zal de Noorse schrijver Øyvind Rimbereid acte de présence geven geven. De journaliste Shelly Kupferberg is als presentator van de partij. Op vrijdag 17 oktober om 19:30 in zaal 1  zal de Vlaamse inzending te zien zijn, de herhaling is een dag later om 16:30 uur in zaal 2. Volgens de festival-website is de Vlaamse inzending BACTERIA Engelstalig. De Franstalige inzending is op zaterdag 18 oktober om 19:00 uur zaal 1 te zien, de herhaling een dag later om 16:30 uur in zaal 2.

Website festival: http://www.literaturwerkstatt.org/de/zebra-poetry-film-festival/programm-2014-neu

7. ZEBRA Poetry Film Festival
Filmhuis Babylon
Rosa-Luxemburg-Straße 30
10178  Berlin
Toegang: €8,00

Wereldproblemen vanuit een menselijk oogpunt bezien

Janne Teller in de schrijverslounge. © Frankfurter Buchmesse/Alexander Heimann

Janne Teller in de schrijverslounge. © Frankfurter Buchmesse/Alexander Heimann

Schrijvers uit de hele wereld wisselen ideeën en gedachten uit over de actuele problemen op de wereld. Dat schreef ik eerder n.a.v een door mij bezochte persconferentie waarbij de Deense schrijfster Janne Teller toelichting bij haar project gaf.

Hoe is het afgelopen? Dat vraag ik mij vandaag af en surf naar de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ). Boven de foto van de Deense schrijfster lees ik de titel ‘Tussendoor de wereld redden (Zwischendurch die Welt retten)’. Dat klinkt alsof haar project niet serieus wordt genomen. ‘Kunnen schrijvers de wereld veranderen? Als het aan de Deense auteur Janne Teller ligt, ja. En politieke naïviteit kan men haar nauwelijks verwijten.’ Deze introducerende zinnen, vooral de laatste, klinken hoopvoller dan de titel.

Drie dagen vol discussie met meer dan 25 schrijvers uit 17 landen, die allemaal een multiculturele achtergrond hebben. Dat vertelt de hees geworden Janne Teller na afloop tijdens een persconferentie waar ik helaas niet bij aanwezig kon zijn. De schrijvers probeerden tijdens drie zittingen thema’s te behandelen die veelal in politieke sfeer worden besproken. Hierbij hadden de auteurs tijdens de boekenbeurs in Frankfurt echter een andere, gemeenschappelijke invalshoek: de menselijke.

Vanuit dat oogpunt moet het ondenkbaar zijn dat mensen in nood op de vlucht naar Europa sterven. Het beëindigen van moderne slavernij, zij het bij prostituees, dienstmeisjes of werknemers in de landbouw, moet een politieke prioriteit worden. Nationaliteit moet naar geboorteplaats en niet naar afstamming worden toegekend en democratie mag niet als enige regeringsvorm worden beschouwd. Alle staten van de wereld zouden vredesministeries moeten opbouwen en voor iedere dollar die voor defensie wordt uitgegeven, één dollar voor de vrede investeren.

De FAZ schrijft ook waarom je de beroemde Deense kinder- en jeugdboekschrijfster geen naïviteit kunt verwijten. Vóór haar schrijverschap werkte ze namelijk als adviseur voor de Europese Unie en de Verenigde Naties. De krant vraagt zich vervolgens wel af of de gestresste schrijvers, die de waanzin van de beurs even konden ontvluchten, tussendoor in een aparte zaal de wereld konden redden in het project ‘Frankfurt Undercover’.

Ik denk dat het project in ieder geval iets kan bijdragen tot meer bewustzijn en bewustwording bij de mensen op deze planeet. Mede daarom volg ik ook dergelijke initiatieven. Het genoemde project is nog niet helemaal afgesloten. De schrijvers zullen nu hun adviezen op papier zetten en dan alles als een boek presenteren. Dat boek zal gratis verkrijgbaar zijn. Teller hoopt dat politici de ideeën oppakken. Volgens de FAZ is dat niet zeer waarschijnlijk, ‘maar wie weet: misschien zal de bevolking op de onderwerpen van de schrijvers ingaan.’

‘Alles wat we destijds hebben opgebouwd is eigenlijk allemaal voor niets geweest’

‘Of de muur op die manier niet weer opnieuw wordt opgebouwd?’, vraag ik. Ze kijkt me aan. Een kleine dame, ik schat haar ongeveer 75 jaar. ‘In de hoofden’, voeg ik eraan toe. Ze knikt voorzichtig, ernstig. ‘In de hoofden wordt de muur weer opgebouwd, dat kun je inderdaad zo zien’, zegt ze.

Mijn vraag is eerder een conclusie dan een vraag. Het is een conclusie die ik uit het onverwachte gesprek met deze dame trek. We spraken elkaar direct voor de Mühlendamm-sluizen, op steenworpafstand van de Nederlandse ambassade. Ik wachtte hier, omdat ik een kwartier te vroeg was om in de ambassade mijn paspoort te verlengen. De dame had ik wel zien staan, maar dames staan overal. Mijn aandacht ging uit naar de sluizen. In het midden van de sluizen was namelijk een man aan het werk. Als een razende reporter aarzelde ik niet en nam meteen een paar foto’s. Terwijl ik fotografeerde sprak ze mij aan en vertelde ongevraagd iets over de historie van de sluizen. Mijn accent verraadde mijn afkomst.

“Ik was van plan daar iets te eten”, vertelde ze en wees naar het gebouw naast de ambassade.
“Uw collega’s eten daar altijd”, voegde ze eraan toe.
Ze verkeerde duidelijk in de veronderstelling dat ik een ambassademedewerker was.
‘Nee, ik werk daar niet. Ik moet er wel naar binnen, maar alleen om een paspoort te laten verlengen. Ik woon in Kreuzberg, ik werk hier als vertaler en journalist en fotografeer de sluizen’, legde ik haar uit.
‘Die sluizen zijn namelijk regelmatig kapot. Rondvaartboten keren vaak noodgedwongen rechtsomkeert vanwege die problemen”, vertelde ik en putte informatie uit mijn recente ervaring in een Berlijnse rondvaartboot tijdens een dagje toevalleren.

Kreuzberg, daar kwam deze dame vroeger niet zo graag. En nog steeds niet. Dat was immers West-Berlijn. Zij kwam uit deze buurt,  hier, in het voormalige Oost-Berlijn. Dit was haar wereld, net als die van haar man, een jurist. Beiden studeerden ze in Dresden. Dat wilde ze wel kwijt.
‘Ja, ik kom uit de DDR’, zei ze toen.
Nu ik drie jaar in Berlijn woon en werk heb ik de nodige ervaring met dit soort situaties. Het leek alsof de dame een bekentenis aflegde, dat ze toegaf een voormalige inwoonster van de DDR te zijn. Ik vertelde haar dat ik als Nederlander natuurlijk heel anders tegen de Oost-West situatie aankijk dan de gemiddelde Duitser. Eigenlijk wilde ik zeggen dat ze zich daarvoor niet hoefde te schamen, maar als ik dat zou zeggen, dan zou mijn commentaar juist zeer vernederend zijn. Vandaar dat ik koos voor mijn versie dat ik het als buitenstaander anders waarneem dan een Duitser. Dat was ook een oprechte versie.

‘Alles wat we destijds hebben opgebouwd is eigenlijk allemaal voor niets geweest’

Ze wees naar een brug en vertelde over de vakbond die er in de DDR periode vlakbij gehuisvest was.
‘Alles wat we destijds hebben opgebouwd is eigenlijk allemaal voor niets geweest’. Haar ogen konden een treurige blik niet verbergen. Ze had geen heimwee naar de DDR, maar ze verkeerde in een situatie waar ze volgens mij niet zo goed raad mee wist. Ik stelde zo en dan wat vragen, omdat ik meer wilde weten. Hoewel ik geen opname-apparatuur bij me had, leek ons samenzijn opeens op een intiem interview. Ik liet haar weten dat ik me haar situatie goed kon voorstellen. Ze stond hier immers in een gebied waar een groot deel van haar leven zich afspeelde. Dit was ooit haar wereld. Hier lagen haar momenten van groot en klein plezier, van groot en klein verdriet, van levenslust, van toekomstplannen, van de liefde voor haar toekomstige man. In dit gebied lag de kern van haar bestaan en dit gebied was weg, bestond alleen nog in haar hoofd. De muur was gevallen. En nee, ze betreurde de val van de muur zeker niet. De gewonnen vrijheid was onbeschrijfelijk.

Maar toch was er iets wat ze niet kon thuisbrengen, wat ze nauwelijks onder woorden kon brengen. Samen waren we het erover eens dat de gigantische aandacht voor de Val de Muur meer op de mensen, op het volk zou moeten liggen. Zijn de idealen van één Berlijn, één Duitsland, daadwerkelijk verwezenlijkt? Zou er niet meer aandacht moeten uitgaan naar het gevoel dat de voormalige DDR-inwoners nu hebben en minder naar de politici die trots terugkijken op hun goede daden? Natuurlijk speelden de politici een essentiële rol, dat staat buiten kijf. Maar waarom krijgt het volk 25 jaar na de val van de muur nu niet eens alle aandacht? Hoe gaan de Oost- en West-Berlijners met elkaar om? Is er nog steeds verdeeldheid en zo ja, wat kun je daaraan doen? Wat gaat er in de hoofden van die mensen om, zijn ze in staat met hun gemengde gevoelens om te gaan? En zo eindigde ik met de vraag of door alle media-aandacht voor de Berlijnse Muur de Muur niet opnieuw wordt opgebouwd, in de hoofden…

Het was een aandoenlijk gesprek, althans, voor mij. De dame liep met me mee richting de ingang van de ambassade. Ze wilde verder praten en ik moest naar mijn afspraak, want ik had een paspoort nodig. Het liefst was ik met haar gaan eten in het gebouw naast de ambassade en had ik verder geluisterd naar haar leven in deze bijzondere stad.

Voor de deur van de ambassade vertelde ik dat ik nu echt naar binnen moest.
“Gaat u maar, u moet maar binnen”, zei ze vriendelijk maar de verdrietige ondertoon raakte me. Iemand van de bewakingsdienst opende de deur van het kantoor voor consulaire zaken. Ik keek haar nog even aan, de dame met zo veel herinneringen, zo veel vragen en zo veel zin hier ook eens met anderen over te kunnen praten. Toen liep ik naar binnen, in een ruimte vol camera’s, spiegels en gesloten deuren.  Daarover een andere keer meer.

« Oudere berichten Recent Entries »